← Alle spellen

18CZ: The Railway Comes to Czech Lands

Ontwerper: Leonhard "Lonny" Orgler

Tsjechië met vijftien spoorwegmaatschappijen in drie formaten (klein, middel, groot) die elkaar opslokken, over een vast verloop van acht aandelenrondes.

18CZ: The Railway Comes to Czech Lands Inhoud

Zo werkt het

Opbouw
  • Geld naar aantal spelers: van 380K (3) tot 210K (6), of 280K bij 2; de bank heeft geen limiet
  • Voorronde: 18 lokaalspoorwegen (klein, middel en groot) tegen vaste prijs
  • Ze worden heen en terug gekocht (1-2-3-4-4-3-2-1…)
  • Wie het minste geld heeft, begint in de stock round
Stock round ×1
  • Verkopen wat je wilt en één certificaat kopen
  • Kleine vanaf het begin; middelgrote vanaf de 1e b-trein; grote vanaf de 1e d-trein
  • Floaten bij 50%: krijgt 4×, 5× of 10× de koers, naar grootte
  • Verkopen laat de koers een vakje zakken; ligt alles bij spelers, dan stijgt hij
Operating round ×1-3
  • Inkomsten van de lokaalspoorwegen; hun prijs stijgt elke ronde
  • Elke maatschappij, van hoogste naar laagste koers:
  • 1. Spoor: één gele (twee in de eerste beurt) of één upgrade
  • 2. Eén station (40K, later 100K)
  • 3. Treinen, naar de grootte van de maatschappij
  • 4. Uitkeren (rechts; grote twee vakjes) of inhouden (links)
  • 5. Kleinere maatschappijen opslokken
  • 6. Treinen kopen (ze moet er een hebben die ze kan gebruiken)
↻ Herhaalt zich tot het einde
Einde van het spel
  • Vaste lengte: 13 operating rounds (reeksen van 1, 1, 1, 1, 2, 2, 2 en 3)
  • Het spel eindigt als de prijs van de lokaalspoorwegen 120K bereikt
  • Geld + aandelen + lokaalspoorwegen tegen 120K − leningen en straffen
  • Wie het meeste heeft, wint

Onderdelen

Spelers
  • Geld
  • Aandelen: max. 75% van een kleine, 60% van de andere
  • Limiet van 14 tot 9 certificaten
Lokaalspoorwegen
  • Klein (5K), middel (10K) en groot (20K) aan inkomsten
  • In een maatschappij: een extra tegel met paarse rand, of één keer geen terrein betalen
  • Worden alleen aan een maatschappij verkocht, van 1K tot de huidige prijs
Maatschappijen
  • 5 kleine (50-25-25), gewone treinen
  • 5 middelgrote (40-20-20-20), «plus»-treinen
  • 5 grote (20 + 8×10), E-treinen die dorpen overslaan
  • Een grotere kan een kleinere opslokken
Bank
  • Onbeperkt geld; verkochte aandelen gaan terug naar de bank
  • Elke treinkaart heeft drie versies: klein, middel en groot
  • Noodleningen
Kaart
  • Tsjechië; rivieren, heuvels en bergen met kosten
  • Praag: P-tegels
  • Thuissteden van de grote in rode hexen: +50K voor hun maatschappij

Waar het geld heen gaat

  • Spelers Bank Lokaalspoorwegen en aandelen
  • Bank Maatschappijen Bij het floaten 4×, 5× of 10× de koers; ingehouden opbrengst; een lokaalspoorweg aan de bank verkopen
  • Bank Spelers Dividend, inkomsten van lokaalspoorwegen, aandelenverkopen
  • Maatschappijen Bank Treinen, terrein en stations
  • Maatschappijen Spelers Een lokaalspoorweg kopen; de aandelen van een opgeslokte maatschappij betalen
  • Spelers Maatschappijen Gedwongen treinaankoop: de directeur legt bij wat ontbreekt, zo nodig met een lening

Fasen

a
Start
2 · 70K
Alleen kleine maatschappijen; limiet van 3 treinen
b
1e b-trein
2 · 70K / 2+2 · 80K
Middelgrote; lokaalspoorwegen en treinen tussen maatschappijen kopen
c
1e c-trein
3 · 120K / 2+2 · 80K
d
1e d-trein
3 · 120K / 3+3 · 180K / 3E · 250K
Groen; grote; groene waarde op de uitgangen
e
1e e-trein
4 · 250K / 3+3 · 180K / 3E · 250K
Een 4 laat de 2-treinen roesten; kleine, limiet van 2
f
1e f-trein
4 · 250K / 4+4 · 400K / 4E · 350K
Een 4+4 laat de 2+2-treinen roesten; middelgrote, limiet van 2
g
1e g-trein
5 · 350K / 4+4 · 400K / 4E · 350K
Bruin; een 5 laat de 3-treinen roesten
h
1e h-trein
5 · 350K / 5+5 · 500K / 5E · 700K
Een 5+5 laat de 3+3-treinen roesten; kleine, limiet van 1
i
1e i-trein
5 · 350K / 5+5 · 500K / 6E · 800K
Grijs; een 6E laat de 3E-treinen roesten; middelgrote, limiet van 1
j
1e j-trein
5 · 350K / 5+5 · 500K / 8E · 1.000K
Een 8E laat de 4E-treinen roesten; grote, limiet van 2
  • Elke maatschappij mag alleen treinen van haar eigen grootte gebruiken, maar mag andere hebben om ze te verkopen.
  • Aan het eind van elke reeks operating rounds wordt de bovenste trein van de stapel geëxporteerd: de fasen lopen vanzelf door.

Een ronde stap voor stap

Illustratief voorbeeld met de regels van het spel: 4 spelers met elk 300K. We volgen [Sp1] en de [BCB], een kleine maatschappij met thuisstad Pardubice, van de voorronde tot de tweede operating round.

  1. Voor de start Weinig geld Fase a

    Met 4 spelers heeft iedereen 300K en is de limiet 12 certificaten. In het begin kunnen alleen de kleine maatschappijen opgericht worden.

    Geld [Sp1]
    300K
    Kas [BCB]
    —
    Koers [BCB]
    —
    Treinen [BCB]
    —
  2. Voorronde Een lokaalspoorweg Fase a

    [Sp1] koopt de kleine lokaalspoorweg [S1] voor 25K. Die levert elke operating round 5K op en is aan het eind 120K waard als een speler hem nog heeft.

    Een lokaalspoorweg telt mee voor de certificaatlimiet en een speler kan hem niet aan een andere speler verkopen.

    Geld [Sp1]
    275K
    Kas [BCB]
    —
    Koers [BCB]
    —
    Treinen [BCB]
    —
  3. Stock round 1 De [BCB] oprichten Fase a

    [Sp1] koopt het directeurscertificaat van de [BCB] (50%) voor 60K per aandeel: hij betaalt 120K. Met 50% verkocht floatet de [BCB] meteen en krijgt ze 4 × 60K = 240K.

    Een middelgrote zou 5 keer de koers krijgen, en een grote 10.

    Geld [Sp1]
    155K
    Kas [BCB]
    240K
    Koers [BCB]
    60K
    Treinen [BCB]
    —
  4. Stock round 1 Tot 75% Fase a

    [Sp1] koopt nog 25% van de [BCB] voor 60K. Van een kleine mag je tot 75% hebben. De laatste 25% blijft bij de bank, en daarom stijgt de koers niet aan het eind van de ronde.

    Geld [Sp1]
    95K
    Kas [BCB]
    240K
    Koers [BCB]
    60K
    Treinen [BCB]
    —
  5. Operating round 1 Inkomsten Fase a

    De lokaalspoorwegen zijn in de eerste operating round 40K waard. [S1] betaalt [Sp1] 5K.

    Geld [Sp1]
    100K
    Kas [BCB]
    240K
    Koers [BCB]
    60K
    Treinen [BCB]
    —
  6. Operating round 1 Twee gele tegels in de eerste beurt Fase a

    De [BCB] zet haar station in Pardubice. Omdat het haar eerste beurt is, mag ze twee gele leggen: een stadstegel in Pardubice, waar een rivier ligt (10K), en een spoortegel richting Hradec Králové.

    In volgende beurten maar één gele of één upgrade.

    Geld [Sp1]
    100K
    Kas [BCB]
    230K
    Koers [BCB]
    60K
    Treinen [BCB]
    —
  7. Operating round 1 Geen treinen, geen opbrengst Fase a

    Ze heeft geen treinen en keert niets uit: de koers zakt een vakje, van 60K naar 58K.

    Geld [Sp1]
    100K
    Kas [BCB]
    230K
    Koers [BCB]
    58K
    Treinen [BCB]
    —
  8. Operating round 1 Een kleine trein Fase a

    Een maatschappij moet haar beurt eindigen met een trein die ze kan gebruiken. De [BCB] koopt een 2 uit rij a voor 70K.

    Geld [Sp1]
    100K
    Kas [BCB]
    160K
    Koers [BCB]
    58K
    Treinen [BCB]
    2
  9. Operating round 1 Een trein naar het buitenland Fase a

    De reeks rondes is voorbij, en die bestaat nu uit maar één ronde. De bovenste trein van de stapel wordt geëxporteerd en gaat uit het spel.

    Is het de eerste van een nieuwe letter, dan opent hij ook een fase.

    Geld [Sp1]
    100K
    Kas [BCB]
    160K
    Koers [BCB]
    58K
    Treinen [BCB]
    2
  10. Stock round 2 [Sp1] past Fase a

    [Sp1] heeft al 75% van de [BCB], het maximum, en koopt verder niets.

    Geld [Sp1]
    100K
    Kas [BCB]
    160K
    Koers [BCB]
    58K
    Treinen [BCB]
    2
  11. Operating round 2 Door naar Hradec Králové Fase a

    De lokaalspoorwegen zijn nu 45K waard. [S1] betaalt [Sp1] 5K. De [BCB] legt een gele stadstegel in Hradec Králové, waar ook een rivier ligt: 10K.

    Geld [Sp1]
    105K
    Kas [BCB]
    150K
    Koers [BCB]
    58K
    Treinen [BCB]
    2
  12. Operating round 2 Uitkeren Fase a

    De 2-trein rijdt Pardubice–Hradec Králové: 20 + 20 = 40K. De [BCB] keert uit: [Sp1] krijgt 75%, 30K, en de 25% van de bank blijft bij de bank. De koers stijgt een vakje: terug naar 60K.

    Dividend wordt altijd in het voordeel van de speler afgerond.

    Geld [Sp1]
    135K
    Kas [BCB]
    150K
    Koers [BCB]
    60K
    Treinen [BCB]
    2
  13. Operating round 2 De eerste b-trein Fase b

    Er zijn geen a-treinen meer. De [BCB] koopt de eerste 2 uit rij b voor 70K. Fase b begint: middelgrote maatschappijen kunnen nu opgericht worden en maatschappijen mogen lokaalspoorwegen kopen.

    Geld [Sp1]
    135K
    Kas [BCB]
    80K
    Koers [BCB]
    60K
    Treinen [BCB]
    2 + 2
  14. Operating round 2 De [BCB] koopt de [S1] Fase b

    Nog in haar beurt koopt de [BCB] de [S1] van [Sp1]. De prijs moet tussen 1K en de huidige waarde, 45K, liggen: [Sp1] kiest 45K. Nu gaan de inkomsten naar de [BCB], die één keer een rivier niet hoeft te betalen of een groene tegel met paarse rand mag leggen.

    Had [Sp1] hem tot het eind gehouden, dan was hij 120K waard geweest.

    Geld [Sp1]
    180K
    Kas [BCB]
    35K
    Koers [BCB]
    60K
    Treinen [BCB]
    2 + 2
  15. Op naar stock round 3 De middelgrote komen Fase b

    In stock round 3 kan [Sp1] met zijn 180K een middelgrote maatschappij oprichten. Later kan een grotere maatschappij de [BCB] opslokken door voor elk aandeel in handen van spelers 50% tot 150% van de koers te betalen.

    Geld [Sp1]
    180K
    Kas [BCB]
    35K
    Koers [BCB]
    60K
    Treinen [BCB]
    2 + 2

18CZ — Samenvatting


Type kapitalisatie

  • Kapitalisatie naar grootte van de maatschappij: bij het floaten (50% verkocht, behalve de middelgrote die bij 60% floaten) ontvangen kleine maatschappijen 4 keer de startprijs, middelgrote 5 keer, en alleen de grote ontvangen de gebruikelijke 10 keer uit 1830.

Floaten en aandelenlimieten per speler

  • Floatet met 50% van de aandelen verkocht, behalve de middelgrote, die bij 60% floaten
  • Geen enkele speler mag meer dan 60% (6 certificaten van de 10) van een grote of middelgrote maatschappij bezitten, maar tot 75% van een kleine maatschappij
  • Certificaatlimiet per speler: 2 spelers — 14; 3 spelers — 14; 4 spelers — 12; 5 spelers — 10; 6 spelers — 9

Startgeld per aantal spelers

  • 2 spelers: 280 K startgeld
  • 3 spelers: 380 K startgeld
  • 4 spelers: 300 K startgeld
  • 5 spelers: 250 K startgeld
  • 6 spelers: 210 K startgeld
  • De bank is onbeperkt (geen vast geldbedrag)

Einde van het spel (end game triggers)

  • Vaste duur per ronde: de "Prijs van de Lokaalspoorwegen" stijgt automatisch met 5 K aan het begin van elke operating round (van 40 tot 120); wanneer hij 120 bereikt, wordt die laatste operating round gespeeld en eindigt het spel, los van het leegraken van de bank (die onbeperkt is)

Aantal fasen

  • 10 fasen (a-j), geactiveerd door de aankoop van de eerste trein van elk type (2b, 3c, 3d, 4e, 4f, 5g, 5h, 5i, 5j)
  • De middelgrote maatschappijen komen vrij in fase b en de grote in fase d
  • Groene tegels komen vrij in fase d, bruine in fase g en grijze in fase i
  • De treinlimiet per maatschappij daalt geleidelijk en verschilt naar grootte (klein/middelgroot/groot)

Treinen en prijzen

  • 2a-trein — 70 K (5 stuks; roest bij de 4e/4f/5g/5h/5i/5j-treinen) — exclusief voor kleine maatschappijen
  • 2b-trein — 70 K (4 stuks; zelfde roest) — bij aankoop komen de middelgrote maatschappijen vrij; variant "2+2b" voor 80 K
  • 3c-trein — 120 K (4 stuks; roest bij 5g/5h/5i/5j); variant "2+2c" voor 80 K
  • 3d-trein — 120 K (4 stuks; zelfde roest) — bij aankoop komen de grote maatschappijen vrij; varianten "3+3d" (180 K) en de Express "3Ed" (250 K)
  • 4e-trein — 250 K (4 stuks); varianten "3+3e" (180 K) en "3Ee" (250 K)
  • 4f-trein — 250 K (4 stuks); varianten "4+4f" (400 K) en de Express "4Ef" (350 K, roest bij de 8Ej)
  • 5g-trein — 350 K (4 stuks); varianten "4+4g" (400 K) en "4Eg" (350 K, roest bij de 8Ej)
  • 5h-trein — 350 K (2 stuks); varianten "5+5h" (500 K) en "5Eh" (700 K)
  • 5i-trein — 350 K (2 stuks); varianten "5+5i" (500 K) en "6Ei" (800 K, roest bij de 8Ej)
  • 5j-trein — 350 K, onbeperkt; varianten "5+5j" (500 K) en de laatste Express "8Ej" (1.000 K)
  • Drie treinfamilies: de "normale" tellen precies de plaatsen waar ze doorheen rijden; de "Plus-treinen" (varianten X+X) hebben een totale limiet met een submaximum aan steden; de "Express"-treinen (varianten E) mogen onbeperkt door dorpen rijden zonder dat die meetellen

Privémaatschappijen

  • Regionale Spoorwegen (S, klein) — inkomen 5 K per stuk: S1 Plan-Tachau 25 K, S2 Melnik-Mscheno 30 K, S3 Zwittau-Politschka 35 K, S4 Wolframs-Teltsch 40 K, S5 Strakonitz-Blatna-Bresnitz 45 K, S6 Martinitz-Rochlitz 50 K — maken het mogelijk de rivierkosten te negeren of een groene upgrade met paarse rand te leggen
  • Hoofdspoorwegen (M, middelgroot) — inkomen 10 K per stuk: M1 Raudnitz-Kmetnowes 40 K, M2 Schweißing-Haid 45 K, M3 Deutschbrod-Tischnowitz 50 K, M4 Troppau-Grätz 55 K, M5 Hannsdorf-Mährisch Altstadt 60 K, M6 Friedland-Bila 65 K — maken het mogelijk de kosten van rivier of heuvel te negeren, of een groene/bruine upgrade met paarse rand te leggen
  • Kleine Staatsspoorwegen als privé (L, groot) — inkomen 20 K per stuk: L1 Aujezd-Luhatschowitz 55 K, L2 Neuhaus-Wobratain 60 K, L3 Opočno-Dobruschka 65 K, L4 Wekelsdorf-Parschnitz-Trautenau 70 K, L5 Nezamislitz-Morkowitz 75 K, L6 Taus-Tachau 80 K — maken het mogelijk de kosten van rivier, heuvel of berg te negeren
  • De achttien "Lokaalspoorwegen" worden tegen een vaste prijs gekocht in een Voorronde; eenmaal in handen van een speler kunnen ze alleen aan een maatschappij worden verkocht (nooit aan een andere speler) vanaf de eerste "b"-trein, tegen een prijs tussen 1 K en de actuele "Prijs van de Lokaalspoorwegen"

Maatschappijen

  • Groot (Staatsspoorwegen, 20%+8×10%, 2 stations, alle treinen): Sächsische Eisenbahn (SX) — A8/B5; Preußische Eisenbahn (PR) — A22/B19; Bayrische Staatsbahn (BY) — F3/H5; kk Staatsbahn (kk) — J15/I18; Ungarische Staatsbahn (Ug) — G28/I24
  • Middelgroot (Hoofdspoorwegen, 40%-20%-20%-20%, 3 stations, kleine en middelgrote treinen): Böhmische Nordbahn (BN) — E12; Österreichische Nordwestbahn (NWB) — E12; Aussig-Teplitzer Eisenbahn (ATE) — B9; Buschtehrader Eisenbahn (BTE) — D3; Kaiser Ferdinands Nordbahn (KFN) — G20
  • Klein (Regionale Spoorwegen, 50%-25%-25%, 3 stations, alleen kleine treinen): Eisenbahn Karlsbad Johanngeorgenstadt (EKJ) — D5; Ostrau-Friedlander Eisenbahn (OFE) — C26; Böhmische Commercialbahn (BCB) — E16; Mährische Westbahn (MW) — F23; Vereinigte Böhmerwaldbahnen (VBW) — I10

Specifieke mechanismen

  • Drie niveaus van opererende maatschappijen (klein, middelgroot, groot), elk met een eigen aandelenverdeling, aantal stations en familie van toegestane treinen
  • Een Lokaalspoorweg in handen van een maatschappij geeft een eenmalige speciale kracht, zonder dat het gewone inkomen stopt
  • Na het rijden van de treinen kan een grote maatschappij een kleinere maatschappij in haar geheel overnemen als beide directeuren akkoord gaan, door contant tussen 50% en 150% van de marktprijs te betalen
  • Roesten treft alleen treinen van dezelfde familie/kleur: normale treinen laten Plus-treinen en Express-treinen niet roesten, en omgekeerd
  • Noodfinanciering met een eenmalige toeslag van 100% op het geleende bedrag; zolang de schuld niet is afgelost, mag de speler in geen enkele latere stock round aandelen kopen

Noodverkoop (emergency sell)

Een duidelijke wending ten opzichte van 1830: hier kan de president nooit gedwongen worden eigen aandelen te verkopen. De volgorde is de kas, daarna het eigen geld van de president, en als dat nog steeds niet volstaat, een renteloze banklening voor de rest —maar die lening wordt aan het eind duur betaald, want ze wordt een tweede keer afgetrokken van de eindscore van de speler. Hier moeten maatschappijen bovendien altijd een trein hebben, niet alleen wanneer een route er een nodig heeft, en mogen ze alleen bij de bank kopen, nooit van een andere maatschappij.

Vergelijking met 1830

1. Setting, kaart en aantal spelers
1830 beslaat het noordoosten van de VS voor 2-6 spelers. 18CZ verplaatst de actie naar de Tsjechische landen (Bohemen, Moravië en Silezië), voor 2-5 spelers in het basisspel, met extra varianten voor 2 spelers (kaart "Bohemen") en voor 2-3 spelers (kaart "Moravië-Silezië").

2. Drie niveaus van opererende maatschappijen, elk met een andere aandelenverdeling
In 1830 hebben alle maatschappijen precies 10 aandelen van 10%. In 18CZ zijn er drie groottes: de kleine of Regionale Spoorwegen (verdeling 50%-25%-25%, alleen kleine treinen, 3 stations), de middelgrote of Hoofdspoorwegen (verdeling 40%-20%-20%-20%, kleine en middelgrote treinen, 3 stations), en de grote of Staatsspoorwegen (verdeling 20%+8×10%, mogen alle soorten treinen gebruiken, maar slechts 2 stations).

3. Achttien "Lokaalspoorwegen" gekocht tegen een vaste prijs, niet geveild
In 1830 worden de zes privémaatschappijen toegewezen via een opbiedende veiling. In 18CZ zijn er achttien Lokaalspoorwegen (privémaatschappijen, zes van elke grootte) die worden verdeeld in een Voorronde waarin elke speler er eenvoudig een koopt tegen de aangegeven vaste prijs of past. Eenmaal in handen van een speler kunnen ze alleen aan een maatschappij worden verkocht (nooit aan een andere speler) vanaf het moment dat de eerste "b"-trein wordt gekocht, tegen een prijs tussen 1 K en de op dat moment geldende "Prijs van de Lokaalspoorwegen".

4. Lokaalspoorwegen in handen van een maatschappij geven een eenmalige speciale kracht
Een functie die in 1830 niet bestaat. Wanneer een maatschappij een Lokaalspoorweg bezit, mag ze in haar beurt de speciale kracht ervan één keer activeren (een extra tegel met paarse rand leggen, of de bouwkosten op moeilijk terrein negeren), zonder dat het gewone inkomen ervan stopt.

5. Een maatschappij kan een kleinere volledig overnemen
In 1830 fuseren maatschappijen nooit en nemen ze elkaar nooit over. In 18CZ kan een grote maatschappij na het rijden van de treinen een kleinere maatschappij in haar geheel overnemen als beide directeuren akkoord gaan, door de aandeelhouders contant een prijs per aandeel te betalen van tussen 50% en 150% van de marktprijs en de kas, treinen en stations ervan over te nemen.

6. Drie verschillende treinfamilies, elk gekoppeld aan een maatschappijgrootte
In 1830 werken alle treinen met dezelfde regel voor het tellen van doorkruiste steden en dorpen. In 18CZ tellen de "normale" treinen (voor kleine maatschappijen) precies de plaatsen waar ze doorheen rijden; de "Plus-treinen" (voor middelgrote) hebben een totale limiet maar met een submaximum aan steden; en de "Express"-treinen (voor grote) mogen vrij alle dorpen overslaan die nodig zijn zonder dat die meetellen. Bovendien laat de aankoop van een nieuwe trein alleen treinen van dezelfde familie roesten, zodat de drie verouderingslijnen onafhankelijk van elkaar vorderen.

7. Speelduur vastgelegd door een prijsspoor, niet door de bank of de laatste trein
In 1830 eindigt het spel wanneer de bank leeg raakt of de laatste beschikbare trein wordt gekocht. In 18CZ stijgt de "Prijs van de Lokaalspoorwegen" automatisch met 5 K aan het begin van elke operating round; wanneer hij 120 bereikt, wordt die laatste operating round gespeeld en eindigt het spel, ongeacht hoeveel geld er nog in de bank zit (die in feite onbeperkt is).

8. Noodfinanciering met een eenmalige toeslag van 100%, niet met liquidatie
In 1830 kan een maatschappij die een verplichte trein niet kan betalen, in laatste instantie worden geliquideerd. In 18CZ leent de directeur, als hij niet genoeg eigen geld heeft om het tekort te dekken, bij de bank met een eenmalige toeslag van 100% op het geleende bedrag (geen terugkerende rente); zolang die schuld niet is afgelost (de schuld, niet de toeslag), mag de speler in geen enkele latere stock round aandelen kopen.

Verwante spellen

Meer spellen van Leonhard "Lonny" Orgler

Een term die je niet kent? Ze staan allemaal uitgelegd in de 18xx-woordenlijst. Woordenlijst →