18España
Ontwerper: Leonhard "Lonny" Orgler, Enrique Trigueros
Het Iberisch Schiereiland met twee spoorbreedtes, ruig terrein, mijnen en gedeeltelijke kapitalisatie.
18España
Inhoud
Zo werkt het
- Geld naar aantal spelers: van ₧860 (3) tot ₧440 (6); de bank heeft geen limiet
- Willekeurig gaan 2 noordelijke majors, 3 zuidelijke en 3 minors uit het spel
- Veiling van de privés, een voor een en op volgorde
- In het begin kunnen alleen de noordelijke majors en de minors opgericht worden
- Verkopen (als de maatschappij al geopereerd heeft) en één aandeel kopen
- Een major floatet bij 40% en krijgt 4 × de startkoers
- Een minor is één certificaat: krijgt 2 × de koers
- Verkopen laat de koers zakken; uitverkocht stijgt hij
- Inkomsten van de privés
- Elke maatschappij, van hoogste naar laagste koers:
- 1. Spoor: één tegel; majors een tweede voor ₧20
- 2. Eén station (₧50)
- 3. Treinen: het noorden smalspoor, het zuiden breedspoor
- 4. Uitkeren (rechts) of inhouden (links); minors half-half
- 5. Een minor opslokken (vanaf fase 3)
- 6. Treinen kopen
- De tweede 8-trein wordt gekocht: die ronde wordt afgemaakt en er volgt een laatste reeks operating rounds
- Er zijn geen faillissementen: een directeur die een trein niet kan betalen, neemt een lening
- Geld en aandelen tellen mee
- Wie het meeste heeft, wint
Onderdelen
- Geld
- Aandelen (max. 60% van een major)
- Privés
- Limiet van 27 tot 13 certificaten
- Uit het noorden (smalspoor) en het zuiden (breedspoor)
- Drie doelen: de bestemming bereiken, naar een uitgang rijden, naar een haven rijden
- Elk doel: meer kapitaal (koers × behaalde doelen) en een station
- Stations à ₧50
- Eén eigenaar
- Eén tegel per beurt, gaan niet naar uitgangen
- Betalen de helft aan de eigenaar en de helft aan de kas
- Een major kan ze opslokken; ze sluiten bij de eerste 5-trein
- Inkomsten van ₧5 tot ₧30
- Mijnen, een gratis trein, een permanente 2-trein, bergpassen, tenders
- Twee geven aandelen; de P7 het directeurschap van een noordelijke major
- Onbeperkt geld
- [IPO] en open markt
- Treinen: 2, 3, 4, 5, 6 en 8, elk in breed- of smalspoor
Waar het geld heen gaat
- Spelers Bank Aandelen, minors en privés in de veiling
- Bank Majors Bij het floaten 4 × de koers; kapitaal per doel; ingehouden opbrengst
- Bank Minors Bij het floaten 2 × de koers; de helft van de opbrengst
- Bank Spelers Dividend, inkomsten van privés, aandelenverkopen
- Majors Bank Treinen, terrein, stations en bergpassen
- Majors Spelers Een privé van een speler kopen (tot 100%, 150% of 200% van de waarde, naar fase)
- Spelers Majors Gedwongen treinaankoop: de directeur legt bij wat ontbreekt, zo nodig met een lening
Fasen
- Elke trein heeft twee versies voor dezelfde prijs: breedspoor (zuid) en smalspoor, die steden en dorpen apart telt (1+2: één stad en twee dorpen).
- Een major begint met weinig kapitaal: dat vult ze aan door doelen te halen.
- Noord en zuid hebben verschillende spoorbreedtes en kunnen alleen via 4 bergpassen verbonden worden, die dicht zijn tot iemand ze opent (vanaf fase 3).
Een ronde stap voor stap
Illustratief voorbeeld gebouwd met de implementatie van het spel op 18xx.games: 4 spelers met elk ₧650. We volgen [S1] en de [FdSB], een noordelijke major met thuisstad Santander en bestemming Bilbao, door de eerste twee stock rounds en operating rounds.
-
Voor de start Elk spel anders Fase 2
Met 4 spelers heeft iedereen ₧650 en is de limiet 20 certificaten. Willekeurig gaan er een paar maatschappijen uit; de [FdSB] blijft.
- Geld [S1]
- ₧650
- Kas [FdSB]
- —
- Koers [FdSB]
- —
- Treinen [FdSB]
- —
-
Privéveiling De [P4] Fase 2
De privés worden een voor een geveild. [S1] wint de [P4] voor ₧100. Die levert ₧20 per operating round op en opent, in handen van een major, een bergpas.
- Geld [S1]
- ₧550
- Kas [FdSB]
- —
- Koers [FdSB]
- —
- Treinen [FdSB]
- —
-
Stock round 1 De [FdSB] oprichten Fase 2
[S1] koopt het directeurscertificaat van de [FdSB] (20%) voor ₧90, de hoogste koers die een noordelijke major nu kan kiezen. Hij betaalt ₧180.
De koersen ₧95 en ₧100 gaan voor het noorden open in fase 3.
- Geld [S1]
- ₧370
- Kas [FdSB]
- —
- Koers [FdSB]
- ₧90
- Treinen [FdSB]
- —
-
Stock round 1 Floaten bij 40% Fase 2
[S1] koopt nog 10% (₧90) en [S2] koopt er een. Met 40% verkocht floatet de [FdSB] en krijgt ze 4 × ₧90 = ₧360.
De rest van het kapitaal komt met de doelen.
- Geld [S1]
- ₧280
- Kas [FdSB]
- ₧360
- Koers [FdSB]
- ₧90
- Treinen [FdSB]
- —
-
Operating round 1 Inkomsten en station Fase 2
De [P4] betaalt [S1] ₧20. De [FdSB] zet haar station in Santander, dat al gedrukt smalspoor heeft.
- Geld [S1]
- ₧300
- Kas [FdSB]
- ₧360
- Koers [FdSB]
- ₧90
- Treinen [FdSB]
- —
-
Operating round 1 Maar één tegel Fase 2
Een noordelijke major mag tot fase 3 maar één tegel per beurt leggen. De [FdSB] legt een geel dorp in Laredo, op weg naar Bilbao.
- Geld [S1]
- ₧300
- Kas [FdSB]
- ₧360
- Koers [FdSB]
- ₧90
- Treinen [FdSB]
- —
-
Operating round 1 Geen treinen, geen opbrengst Fase 2
Ze heeft geen treinen: ze houdt ₧0 in en de koers zakt een vakje, van ₧90 naar ₧85.
- Geld [S1]
- ₧300
- Kas [FdSB]
- ₧360
- Koers [FdSB]
- ₧85
- Treinen [FdSB]
- —
-
Operating round 1 Een smalspoortrein Fase 2
Ze koopt een 2-trein in de smalspoorversie, de 1+2, voor ₧100: die doet één stad en tot twee dorpen aan.
Een noordelijke maatschappij mag geen breedspoortreinen gebruiken tot ze een station in het zuiden heeft.
- Geld [S1]
- ₧300
- Kas [FdSB]
- ₧260
- Koers [FdSB]
- ₧85
- Treinen [FdSB]
- 1+2
-
Stock round 2 Nog een aandeel Fase 2
[S1] koopt nog een FdSB-aandeel uit de [IPO] tegen de startkoers, ₧90. Nu heeft hij 40%.
- Geld [S1]
- ₧210
- Kas [FdSB]
- ₧260
- Koers [FdSB]
- ₧85
- Treinen [FdSB]
- 1+2
-
Operating round 2 Door naar Bilbao Fase 2
De [P4] betaalt weer ₧20. De [FdSB] legt een gele tegel die Laredo met Bilbao verbindt, haar bestemming.
- Geld [S1]
- ₧230
- Kas [FdSB]
- ₧260
- Koers [FdSB]
- ₧85
- Treinen [FdSB]
- 1+2
-
Operating round 2 Eerste doel Fase 2
De bestemming bereiken is het eerste van de drie doelen. De bank betaalt haar de startkoers maal het aantal behaalde doelen: 1 × ₧90. Er komt ook een station vrij.
Het tweede doel is 2 × ₧90 waard; het derde 3 × ₧90. In totaal krijgt de maatschappij dan 10 keer de koers.
- Geld [S1]
- ₧230
- Kas [FdSB]
- ₧350
- Koers [FdSB]
- ₧85
- Treinen [FdSB]
- 1+2
-
Operating round 2 Eén stad en een dorp Fase 2
De 1+2 mag niet door twee steden: hij rijdt Santander (₧20) + Laredo (₧10) = ₧30. De [FdSB] keert ₧3 per 10% uit: [S1] krijgt ₧12. De koers gaat terug naar ₧90.
- Geld [S1]
- ₧242
- Kas [FdSB]
- ₧350
- Koers [FdSB]
- ₧90
- Treinen [FdSB]
- 1+2
-
Operating round 2 Een tweede trein Fase 2
Ze koopt nog een 1+2 voor ₧100. Een major mag in deze fase tot 4 treinen hebben.
- Geld [S1]
- ₧242
- Kas [FdSB]
- ₧250
- Koers [FdSB]
- ₧90
- Treinen [FdSB]
- 1+2 + 1+2
-
Op naar fase 3 De berg openen Fase 2
Met de eerste 3-trein komen de zuidelijke majors, de tweede tegel voor het noorden en de bergpassen. Koopt de [FdSB] de [P4] van [S1], dan kan ze de pas van Alar del Rey gratis openen en gecombineerde treinen naar het zuiden laten rijden.
- Geld [S1]
- ₧242
- Kas [FdSB]
- ₧250
- Koers [FdSB]
- ₧90
- Treinen [FdSB]
- 1+2 + 1+2
18ESP — Samenvatting
Type kapitalisatie
- Bijzondere kapitalisatie, gekoppeld aan de float-drempel: bij het floaten (40% verkocht voor de majors, 100% voor de minors) ontvangt de maatschappij in één keer alleen de betaling voor de aandelen die op dat moment al verkocht zijn (4 aandelen voor een major, 2 voor een minor), geen volledige betaling van 10 aandelen zoals in 1830. Wanneer de eerste 5-trein wordt gekocht (gebeurtenis "float_60"), stijgt de float-drempel van de majors die nog niet gefloat zijn naar 60% en ontvangen ze vanaf dat moment bij het floaten de volledige betaling van 10 aandelen.
Floaten en aandelenlimieten per speler
- De majors floaten aanvankelijk met 40% van de aandelen verkocht (stijgt naar 60% wanneer de eerste 5-trein wordt gekocht); de minors floaten altijd bij 100%
- Geen enkele speler mag meer dan 60% van een major bezitten, terwijl minors voor 100% in bezit kunnen zijn
- Certificaatlimiet per speler: 3 spelers — 27; 4 spelers — 20; 5 spelers — 16; 6 spelers — 13
Startgeld per aantal spelers
- 3 spelers: ₧860 startgeld (certificaatlimiet: 27)
- 4 spelers: ₧650 startgeld (certificaatlimiet: 20)
- 5 spelers: ₧520 startgeld (certificaatlimiet: 16)
- 6 spelers: ₧440 startgeld (certificaatlimiet: 13)
- De bank heeft onbeperkt geld (het spel eindigt niet door gebrek aan geld in de bank)
Einde van het spel (end game triggers)
- Faillissement is in dit spel niet mogelijk (BANKRUPTCY_ALLOWED = false), en de bank heeft onbeperkt geld, dus geen van deze twee klassieke eindoorzaken is van toepassing
- Enige trigger: de tweede 8-trein wordt gekocht. De lopende operating round wordt afgemaakt (zonder er binnen dezelfde set nog meer toe te voegen) en het spel eindigt bij de volgende afrekening
Aantal fasen
- 6 fasen (2, 3, 4, 5, 6, 8), geactiveerd door de aankoop van de eerste trein van elk type
- Fase 3: de majors van het zuiden van de kaart gaan open; privémaatschappijen kunnen door maatschappijen worden gekocht voor tot 150% van hun waarde
- Fase 4: de maximale aankoopprijs van privémaatschappijen stijgt naar 200% van hun waarde
- Fase 5: alle resterende privémaatschappijen sluiten, de minors stoppen met opereren, en de float-drempel van de majors stijgt van 40% naar 60%
Treinen en prijzen
- 2-trein — ₧100 (11 stuks; roest bij de eerste 4-trein) — smalspoorvariant "1+2" om bergpassen over te steken door beide spoorbreedtes te combineren
- 3-trein — ₧200 (9 stuks; roest bij de eerste 6-trein) — smalspoorvariant "2+3"
- 4-trein — ₧300 (7 stuks; roest bij de eerste 8-trein) — smalspoorvariant "3+4"; bij aankoop sluiten de privémaatschappijen die in handen van spelers zijn
- 5-trein — ₧500 (5 stuks) — smalspoorvariant "4+5"; bij aankoop sluiten alle resterende privémaatschappijen, stoppen de minors en wordt de float-drempel van 60% actief
- 6-trein — ₧600 (3 stuks) — smalspoorvariant "5+6"
- 8-trein — ₧800 (onbeperkt) — smalspoorvariant "6+8", het laatste beschikbare type
- Alle treinen hebben een smalspoorvariant met dezelfde prijs; de "gecombineerde" treinen die een bergpas oversteken, moeten zowel in het noorden als in het zuiden van de kaart stoppen
Privémaatschappijen
- La Habana - Güines (P1) — ₧20, inkomen ₧5 — korting van ₧30 bij het leggen van een gele mijntegel of bij het sluiten van een mijn bij het upgraden van de hex naar groen; sluit na gebruik
- Barcelona - Mataró (P2) — ₧60, inkomen ₧10 — de maatschappij die hem koopt krijgt gratis een 2/1+2-trein; sluit wanneer een maatschappij hem koopt
- Madrid - Aranjuez (El tren de la fresa) (P3) — ₧70, inkomen ₧15 — als een maatschappij hem in fase 5 bezit, wordt hij een permanente 2-trein die niet meetelt voor de treinlimiet en niet voldoet aan de verplichting om er een te bezitten; de eerste rit moet door Aranjuez en Madrid gaan
- Alar del Rey - Santander (P4) — ₧100, inkomen ₧20 — de major die hem koopt mag de bergpas van Alar del Rey gratis openen, of een andere pas met een korting van ₧40; sluit na gebruik
- La Maquinista (P5) — ₧130, inkomen ₧10 — geeft zes "tender"-kaarten: er kunnen er tot vijf worden verkocht voor ₧80 per stuk (₧20 voor de eigenaar, ₧60 voor de bank); een trein met een toegewezen tender voegt een extra stop toe in een dorp, haven of mijn; sluit wanneer een minor of major hem koopt
- Zafra - Huelva (P6, versie A) — ₧160, inkomen ₧20 — geeft een 10%-certificaat van de zuidelijke maatschappij CRB (slechts één van de twee versies van P6 is in elk spel aanwezig)
- Ferrocarril Vasco-Navarro (P6, versie B) — ₧160, inkomen ₧20 — geeft een 10%-certificaat van een willekeurig gekozen noordelijke maatschappij
- Ferrocarril de Carreño (P7) — ₧170, inkomen ₧30 — geeft het presidentsaandeel (20%) van een willekeurig gekozen noordelijke major; sluit wanneer die maatschappij haar eerste trein koopt
Maatschappijen
- 18ESP heeft tot 15 majors en 9 minors gedefinieerd, maar in elk spel worden er willekeurig 2 noordelijke majors, 3 zuidelijke majors en 3 minors verwijderd (tenzij met de "core"-variant wordt gespeeld), zodat de werkelijke set maatschappijen telkens anders is
- Zuidelijke majors (9): N — Norte — F24; MZA — Madrid a Zaragoza y Alicante — F24; A — Andaluces — E33; CRB — Ciudad Real a Badajoz — B26; MCP — Madrid a Cáceres y Portugal — F24; ZPB — Zaragoza a Pamplona y Barcelona — M21; GSSR — Great Southern of Spain — I29; AVT — Almansa a Valencia y Tarragona — K25; TBF — Tarragona a Barcelona y Francia — L22
- Noordelijke majors (6): FdSB — Santander a Bilbao — I5; CFEA — Ferrocarriles Económicos de Asturias — D6; CFLG — Ferrocarril de Langreo — E3; FdLR — Ferrocarril de La Robla — H8; SFVA — Vasco Asturiana — D6; FdC — Ferrocarril del Cantábrico — I5
- Minors (9): MS — Mérida a Sevilla — C27; CM — Córdoba a Málaga — E29; SC — Sevilla a Jerez / Puerto Real a Cádiz — C31; AC — Albacete a Cartagena — H28; MZ — Madrid a Zaragoza — F24; ZP — Zaragoza a Pamplona — J20; CSE — Sur de España — H32; MH — Madrid a Hendaya — E21; CA — Central de Aragón — J20
Specifieke mechanismen
- Dubbele spoorbreedte (Iberisch/breed en smal): de noordelijke en zuidelijke majors gebruiken verschillende spoorbreedtes, en alleen treinen met de "gecombineerde" variant kunnen een bergpas oversteken en zo beide netwerken verbinden
- Blokkeerfiches op de bergpassen die tegen betaling (afhankelijk van de pas, tussen ₧60 en ₧100) moeten worden geopend voordat ze kunnen worden overgestoken
- Mijnen als alternatieve inkomstenbron naast steden en dorpen
- Doelen per maatschappij (haar bestemming verbinden, naar een hex buiten de kaart rijden, naar een haven/harbor rijden): elk nieuw bereikt doel geeft extra kapitaal (startprijs × aantal tot dan toe bereikte doelen) en een extra station
- "Minor"-maatschappijen die door de majors kunnen worden opgeslokt, met compensatie voor de aandeelhouder en mogelijk behoud van het station
- Variabele opbouw: in elk spel worden willekeurig maatschappijen verwijderd (behalve in de "core"-variant)
- Routebonussen oost/west en tussen de zones G/Bi en B/M
Noodverkoop (emergency sell)
Het begint net als in 1830 —de kas, daarna het eigen geld van de president—, maar daarna is er een keuze: de president kan zoals gewoonlijk eigen aandelen verkopen, of in plaats daarvan een banklening met rente opnemen, maar niet allebei in dezelfde noodsituatie. De bescherming van het presidentschap is ook ruimer dan in 1830: een gedwongen verkoop kan de verkopende speler nooit het presidentschap kosten van een maatschappij die hij leidt, niet alleen van de maatschappij die wordt gefinancierd. En faillissement bestaat hier helemaal niet: tussen de onbeperkte gedwongen verkoop en de altijd beschikbare lening kan een maatschappij altijd op de een of andere manier het geld bijeenkrijgen.
Vergelijking met 1830
1. Setting en kaart: het Iberisch Schiereiland
1830 beslaat het noordoosten van de VS. 18ESP speelt zich af op het Iberisch Schiereiland, met het Spaanse
spoorwegsysteem van de 19e eeuw als decor. De kaart is ruig en weerspiegelt de werkelijke moeilijkheid van het
aanleggen van spoorlijnen door een van de schiereilanden met het meest complexe reliëf van Europa: de Pyreneeën,
de centrale bergketens, de Andalusische sierra's.
2. Dubbele spoorbreedte: Iberisch en smalspoor
In 1830 zijn alle sporen gelijkwaardig en is er geen onderscheid in spoorbreedte. In 18ESP bestaan er twee
verschillende spoorbreedtes: het Iberische breedspoor (de traditionele Spaanse spoorbreedte, breder dan de
Europese standaard, in de 19e eeuw ingevoerd om redenen van stabiliteit in bergachtig terrein) en het smalspoor
(gebruikt op berg- en regionale lijnen). Elke maatschappij gebruikt hoofdzakelijk één spoorbreedte, en alleen
treinen met de "gecombineerde" variant kunnen een bergpas oversteken om beide netwerken te verbinden.
3. Zeer veeleisend reliëf
In 1830 heeft terrein af en toe een kostprijs, maar het is geen dominante factor. In 18ESP is het schiereiland
bergachtig en zijn de hexen met moeilijk terrein (bergketens, bergpassen) erg duur om te bebouwen. Het reliëf
dwingt tot een zeer goede planning van elke uitbreiding van het netwerk, omdat de directe routes meestal de
duurste zijn en de alternatieven via dalen of kusten de afstanden aanzienlijk verlengen.
4. Mijnen als inkomstenbron
In 1830 komt het inkomen uitsluitend uit steden en dorpen. In 18ESP zijn er mijnhexen die specifiek inkomen
opleveren voor de treinen die ze aandoen. Mijnen verbinden kan even rendabel of rendabeler zijn dan steden
verbinden, vooral in gebieden waar de mijnen geconcentreerd liggen maar het terrein moeilijk is. Deze
alternatieve inkomstenbronnen veranderen de logica van het ontwerpen van routes.
5. Maatschappijen met een historisch Iberisch tracé
De maatschappijen in het spel brengen de grote spoorwegen uit de Spaanse geschiedenis van de 19e eeuw tot leven:
de maatschappijen die de radiale lijnen vanuit Madrid aanlegden, de Middellandse Zeekustlijnen en de
grensoverschrijdende verbindingen met Frankrijk. Voor spelers die het Iberische spoorwegnet kennen, roepen de
kaart en de maatschappijen echte namen en routes op, wat een laag thematische herkenning toevoegt.
6. Een 18xx met een eigen identiteit, geen simpele variant van 1830
De combinatie van dubbele spoorbreedte, extreem reliëf en mijnen geeft 18ESP een heel andere smaak dan de
klassieke Angelsaksische 18xx-spellen. Het volstaat niet om 1830 te kunnen spelen om een goede 18ESP-speler te
zijn: het beheer van terrein, spoorbreedtes en mijnen dwingt je om van nul af aan opnieuw na te denken over hoe je
een rendabel spoorwegnet ontwerpt.
Verwante spellen
Meer spellen van Leonhard "Lonny" Orgler
Een term die je niet kent? Ze staan allemaal uitgelegd in de 18xx-woordenlijst. Woordenlijst →