← Alle spellen

1860: Railways on the Isle of Wight

Ontwerper: Mike Hutton

Het eiland Wight in een 18xx ontworpen voor 2 spelers, zonder faillissementen en met geleidelijke nationalisatie.

1860: Railways on the Isle of Wight Inhoud

Zo werkt het

Opbouw
  • Startgeld: £1.000 (2 spelers), £670 (3) of £500 (4); bank van £10.000
  • Openingsveiling: je biedt op het recht om te kopen, en de winnaar kiest
  • Keuze: een van de 4 privés tegen haar prijs, of het directeurscertificaat van een maatschappij uit de eerste laag
  • De 8 maatschappijen komen in 4 lagen van twee, met steeds lagere startkoersen
Stock round ×1
  • Beurt: verkopen wat je wilt en daarna één certificaat kopen
  • Een maatschappij uit de open laag oprichten: directeurscertificaat (20%) voor 2 × de startkoers
  • Bij 50% verkocht floatet ze en krijgt ze 10 × de startkoers
  • Het directeurscertificaat mag aan de bank verkocht worden
  • Vanaf de tweede ronde privés van of aan de bank kopen of verkopen
Operating round ×1-3
  • Inkomsten van de privés
  • Elke maatschappij, van hoogste naar laagste koers:
  • 1. Spoor: 2 gele zonder stad, 1 gele met stad of 1 upgrade
  • 2. Eén station
  • 3. Treinen: steden + dorpen; haltes (£) geven subsidie
  • 4. Uitkeren of inhouden
  • 5. Treinen kopen
↻ Herhaalt zich tot het einde
Einde van het spel
  • Een koers bereikt het laatste vakje: die operating round wordt afgemaakt
  • De bank raakt leeg vóór de nationalisatie: die operating round wordt afgemaakt
  • De nationalisatie is afgerond: het spel eindigt meteen
  • Wie het meeste geld en aandelen tegen koers heeft, wint

Onderdelen

Spelers
  • Geld dat maatschappijen nooit aanraken
  • Aandelen: tot 100% van een maatschappij
  • Geen persoonlijk faillissement
Maatschappijen
  • Volledige kapitalisatie, in 4 lagen
  • Zonder trein «insolvent»: huurt een trein en moet inhouden
  • Koers op nul: gaat failliet en kan opnieuw opgericht worden
  • Directeurscertificaat aan de bank verkocht: onder beheer
Privés
  • 4 havenprivés, elk inruilbaar voor een aandeel van een maatschappij
  • De [FFC] komt bij de eerste 6+3 en sluit de andere
  • Kunnen aan de bank verkocht worden (£30 commissie)
Bank
  • Bank van £10.000
  • Eerste uitgifte en open markt (zonder limiet)
  • Nieuwe treinen

Waar het geld heen gaat

  • Spelers Bank Openingsveiling, privés en alle aandelen
  • Bank Maatschappijen Bij het floaten: 10 × de startkoers; ingehouden opbrengst; subsidie van haltes
  • Bank Spelers Dividend, inkomsten van privés, verkoop van aandelen en privés
  • Maatschappijen Bank Treinen, stations en terrein
  • Spelers Maatschappijen Geld van de directeur voor een trein: bestaat niet

Fasen

2
Start
2+1 · £250
Geel; 1 operating round; limiet van 4 treinen
3
1e 3+2-trein
3+2 · £300
Groen; 2 operating rounds
4
1e 4+2-trein
4+2 · £350
2+1-treinen roesten; limiet van 3
5
1e 5+3-trein
5+3 · £400
Bruin; 3 operating rounds
6
1e 6+3-trein
6+3 · £500
3+2-treinen roesten; limiet van 2; de [FFC] komt
7
1e 7+4-trein
7+4 · £600
4+2-treinen roesten
8
1e 8+4-trein
8+4 · £700
5+3-treinen roesten; geen certificaatlimiet meer
9
1e 9+5-trein
9+5 · £800
De Southern Railway ontstaat en de nationalisatie komt
  • Een M+N-trein doet M steden en N dorpen of haltes aan; steden die hij over heeft, mogen dorpen zijn.
  • De koers stijgt alleen als de maatschappij minstens de koers verdient, en hooguit vier vakjes.

Een ronde stap voor stap

Illustratief voorbeeld met de regels en prijzen van de implementatie van 18xx.games (tweede editie; we konden de spelregels van de derde niet raadplegen): 3 spelers met elk £670. We volgen [S1] en de [IOW], met thuisstad Ryde Esplanade, door de openingsveiling en de eerste twee operating rounds.

  1. Openingsveiling Het recht om te kiezen Fase 2

    Er wordt niet op een bepaald stuk geboden, maar op het recht om te kopen. [S2] biedt £10 en [S1] £20; [S2] past. [S1] betaalt £20 aan de bank en kiest wat hij wil.

    Er zijn zes veilingen: één voor elk van de 4 privés en de 2 maatschappijen uit de eerste laag.

    Geld [S1]
    £650
    Kas [IOW]
    —
    Koers [IOW]
    —
    Treinen [IOW]
    —
  2. Openingsveiling Directeur van de [IOW] Fase 2

    Hij kiest de [IOW] op te richten, uit de eerste laag, met een startkoers van £90 (in deze laag van £74 tot £100). Het directeurscertificaat (20%) kost hem £180, dat naar de bank gaat.

    Geld [S1]
    £470
    Kas [IOW]
    —
    Koers [IOW]
    £90
    Treinen [IOW]
    —
  3. Stock round 1 Tot 50% Fase 2

    Na de veiling koopt [S1] in drie beurten drie IOW-aandelen voor £90. Met 50% verkocht floatet de [IOW]: de bank betaalt haar 10 × £90 = £900 en ze zet haar station in Ryde Esplanade.

    Volledige kapitalisatie: aandelen die vanaf nu gekocht worden, betalen de bank, niet de maatschappij.

    Geld [S1]
    £200
    Kas [IOW]
    £900
    Koers [IOW]
    £90
    Treinen [IOW]
    —
  4. Operating round 1 Ryde Fase 2

    Een maatschappij mag twee gele tegels zonder stad leggen of één met stad. De [IOW] legt een gele stad (£20) in Ryde, ten zuidoosten van haar station.

    Geld [S1]
    £200
    Kas [IOW]
    £900
    Koers [IOW]
    £90
    Treinen [IOW]
    —
  5. Operating round 1 Tweede station Fase 2

    Ze zet haar tweede station in Ryde voor £40.

    Geld [S1]
    £200
    Kas [IOW]
    £860
    Koers [IOW]
    £90
    Treinen [IOW]
    —
  6. Operating round 1 Geen opbrengst Fase 2

    Ze heeft nog geen treinen: ze verdient niets en de koers zakt een vakje, van £90 naar £82.

    Geld [S1]
    £200
    Kas [IOW]
    £860
    Koers [IOW]
    £82
    Treinen [IOW]
    —
  7. Operating round 1 Een 2+1-trein Fase 2

    Omdat ze een route en geld heeft, moet ze een trein kopen: een 2+1 voor £250. Die doet 2 steden en 1 dorp of halte aan.

    Eindigde ze de ronde zonder trein, dan werd ze insolvent: ze huurde een trein en moest inhouden tot ze er een kon kopen.

    Geld [S1]
    £200
    Kas [IOW]
    £610
    Koers [IOW]
    £82
    Treinen [IOW]
    2+1
  8. Stock round 2 Nog een aandeel Fase 2

    [S1] koopt nog een aandeel uit de eerste uitgifte voor £90: het geld gaat naar de bank. Nu heeft hij 60%, en hier zou hij tot 100% mogen gaan.

    Geld [S1]
    £110
    Kas [IOW]
    £610
    Koers [IOW]
    £82
    Treinen [IOW]
    2+1
  9. Operating round 2 Ryde Esplanade – Ryde Fase 2

    De 2+1 rijdt Ryde Esplanade (30) – Ryde (20): £50.

    Een halte (£) telt niet mee voor de rit, maar geeft de maatschappij £10 subsidie. Een route mag niet in een halte beginnen of eindigen.

    Geld [S1]
    £110
    Kas [IOW]
    £610
    Koers [IOW]
    £82
    Treinen [IOW]
    2+1
  10. Operating round 2 Uitkeren Fase 2

    Ze keert £5 per aandeel uit: [S1], met 60%, krijgt £30. Aandelen die niet bij spelers liggen, krijgen niets. Omdat £50 de koers (£82) niet haalt, stijgt hij niet.

    Had ze ingehouden, dan was hij een vakje gezakt. Om vier vakjes te stijgen moet ze vier keer de koers verdienen.

    Geld [S1]
    £140
    Kas [IOW]
    £610
    Koers [IOW]
    £82
    Treinen [IOW]
    2+1
  11. Operating round 2 Tweede 2+1 Fase 2

    Ze koopt nog een 2+1 voor £250. Er zijn er vijf: als die op zijn, opent de 3+2 fase 3 en laat de eerste 4+2 ze roesten.

    Geld [S1]
    £140
    Kas [IOW]
    £360
    Koers [IOW]
    £82
    Treinen [IOW]
    2+1 + 2+1
  12. Op naar stock round 3 En nu? Fase 2

    Nu de [IOW] geopereerd heeft, gaat de tweede laag maatschappijen open, met lagere startkoersen. De [IOW] moet groeien richting Ryde Pier, dat in de groene en bruine fase meer waard is, en richting Newport. [S1] steekt er nooit eigen geld in: blijft de [IOW] zonder trein, dan wordt ze insolvent.

    Geld [S1]
    £140
    Kas [IOW]
    £360
    Koers [IOW]
    £82
    Treinen [IOW]
    2+1 + 2+1

1860 Railways on the Isle of Wight — Samenvatting


Type kapitalisatie

  • Volledige kapitalisatie: bij het floaten (50% verkocht) ontvangt de maatschappij in één keer het volledige kapitaal (startprijs × 10) in de schatkist.

Floaten en aandelenlimieten per speler

  • Floaten bij 50% verkochte aandelen (één drempel voor alle maatschappijen)
  • Geen enkele speler mag meer dan 100% van eenzelfde maatschappij bezitten (er is geen echte limiet op het opkopen)
  • Certificaatlimiet per speler: 2 spelers — 32; 3 spelers — 21; 4 spelers — 16

Startgeld per aantal spelers

  • 2 spelers: £1.000 startgeld
  • 3 spelers: £670 startgeld
  • 4 spelers: £500 startgeld
  • De bank beschikt over £10.000 (plus £10.000 extra maatschappijkrediet, £20.000 in totaal), ongeacht het aantal spelers

Einde van het spel (end game triggers)

  • De koers van een aandeel bereikt het hoogste vak van de beurskoers: het spel eindigt na afloop van de lopende operatieronde
  • De bank raakt door haar geld heen (breekt): het spel eindigt na afloop van de lopende operatieronde
  • De nationalisatie is voltooid (er blijven nog maar twee niet-genationaliseerde maatschappijen over): het spel eindigt onmiddellijk

Aantal fasen

  • 8 fasen (2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9), geactiveerd door de aankoop van de eerste gecombineerde trein van elk niveau

Treinen en prijzen

  • Trein 2+1 — £250 (5 stuks; roest bij de eerste 4+2-trein)
  • Trein 3+2 — £300 (4 stuks; roest bij de eerste 6+3-trein)
  • Trein 4+2 — £350 (3 stuks; roest bij de eerste 7+4-trein)
  • Trein 5+3 — £400 (2 stuks; roest bij de eerste 8+4-trein)
  • Trein 6+3 — £500 (2 stuks; roest nooit; bij aankoop komt de Fishbourne Ferry Company te koop)
  • Trein 7+4 — £600 (1 stuk; roest nooit)
  • Trein 8+4 — £700 (1 stuk; roest nooit; bij aankoop vervalt de certificaatlimiet en doet het verkopen van aandelen de koers niet langer dalen)
  • Trein 9+5 — £800 (onbeperkt; bij aankoop wordt de vorming van de Southern Railway voorbereid en, zodra alle maatschappijen een trein hebben, begint de nationalisatie)

Privémaatschappijen

  • BHC - Brading Harbour Company — £30, inkomsten 5, ruilbaar voor een aandeel van de BHI&R
  • YHC - Yarmouth Harbour Company — £50, inkomsten 10, ruilbaar voor een aandeel van de FYN
  • CMH - Cowes Marina and Harbour — £90, inkomsten 20, ruilbaar voor een aandeel van de C&N
  • RPSC - Ryde Pier & Shipping Company — £130, inkomsten 30, ruilbaar voor een aandeel van de IOW
  • FFC - Fishbourne Ferry Company — £200, inkomsten 25, kan niet worden gekocht tot de eerste 6+3-trein is gekocht; bij aankoop sluiten alle overige privémaatschappijen

Maatschappijen

  • C&N - Cowes & Newport — thuisbasis F2 (laag 1)
  • IOW - Isle of Wight — thuisbasis I3 (laag 1)
  • IWNJ - Isle of Wight, Newport Junction — thuisbasis G7 (laag 2)
  • FYN - Freshwater, Yarmouth & Newport — thuisbasis B4 (laag 2)
  • NGStL - Newport, Godshill & St. Lawrence — thuisbasis G9 (laag 3)
  • BHI&R - Brading Harbour Improvement & Railway — thuisbasis L6 (laag 3)
  • S&C - Shanklin & Chale — thuisbasis F12 (laag 4)
  • VYSC - Ventor, Yarmouth & South Coast — thuisbasis E9 (laag 4)

Specifieke mechanismen

  • De 8 maatschappijen komen vrij in 4 lagen van twee, naarmate het spel vordert
  • Er is geen faillissement: een maatschappij zonder trein wordt "insolvent" en huurt een trein van de huidige fase, waarbij ze de opbrengst inhoudt tot ze er zelf een koopt
  • Je mag tot 100% van eenzelfde maatschappij bezitten
  • Het directeurscertificaat mag rechtstreeks aan de bank worden verkocht
  • Geleidelijke nationalisatie: zodra de eerste 9+5-trein is gekocht en alle maatschappijen een trein hebben, worden elke ronde de twee met de laagste opbrengst genationaliseerd, tot er nog maar twee over zijn

Noodverkoop (emergency sell)

Wijkt duidelijk af van 1830: een maatschappij is alleen verplicht een trein te kopen als haar eigen schatkist de goedkoopste beschikbare al dekt — als dat niet lukt, is ze er gewoon niet toe verplicht. Er wordt nooit eigen geld van de directeur gevraagd en er worden nooit aandelen gedwongen verkocht. Een maatschappij zonder trein wordt «Insolvent»: ze mag routes blijven rijden alsof ze de goedkoopste beschikbare trein had (wat routelengte betreft), maar moet al haar opbrengst inhouden, en blijft zo tot haar eigen schatkist zich een echte trein kan veroorloven. Dit is iets anders dan de Curatele van 1860 (die ingaat als de directeur zijn eigen directeurscertificaat verkoopt) en het Faillissement (dat ingaat als de koers in de sluitingszone van de beurskoers valt).

Vergelijking met 1830

1. Setting en kaart: een klein en erg krap eiland
1830 speelt zich af in het noordoosten van de VS op een grote kaart. 1860 speelt zich af op het eiland Wight, een heel kleine kaart vol "chines" (kleine kustdalen) die de sporen dwingen te slingeren. Door de kleine omvang komen maatschappijen al heel vroeg rechtstreeks met elkaar in contact, en het spel staat bekend als een van de beste 18xx-opties voor slechts 2 spelers, iets waar 1830 niet specifiek op mikt.

2. Niemand zit zonder trein: insolventie in plaats van faillissement
In 1830 kan een maatschappij die een verplichte trein niet kan betalen failliet gaan en geliquideerd worden, en moet de directeur het verschil uit zijn eigen vermogen bijleggen als de schatkist tekortschiet. In 1860 zijn maatschappijen nooit verplicht een trein te bezitten: hebben ze er geen, dan worden ze simpelweg "insolvent" en moeten ze een trein van de huidige fase huren, waarbij ze al hun opbrengst inhouden tot ze uiteindelijk zelf een trein kopen, zonder dat de directeur ooit geld uit eigen zak hoeft bij te leggen.

3. Je mag 100% van een maatschappij bezitten
In 1830 is de individuele bezitslimiet voor een maatschappij 60%. In 1860 kan een speler tot 100% van de aandelen van eenzelfde maatschappij bezitten, zonder de limiet die in 1830 wel geldt.

4. Geleidelijke nationalisatie van de maatschappijen met de laagste opbrengst
Een mechanisme dat in 1830 volledig ontbreekt: wanneer de eerste "9+5"-trein is gekocht en alle maatschappijen minstens één trein hebben, begint een nationalisatieproces. Vanaf dat moment stoppen de twee maatschappijen met de laagste opbrengst geleidelijk met opereren (ze worden genationaliseerd), en gaat het spel door tot er nog maar twee actieve maatschappijen over zijn — een einde dat door deze keten wordt bepaald, niet door het leegraken van de bank zoals in 1830.

5. Topografie die slingerende routes oplegt
De "chines" (kustinhammen) op de kaart van het eiland Wight dwingen de sporen te zigzaggen om het reliëf te ontwijken, een geografische beperking die veel sterker is dan op de relatief open kaart van 1830.

6. Een partij bedacht en gebalanceerd voor 2 spelers
Waar 1830 het best tot zijn recht komt met 3 of meer spelers, is 1860 specifiek ontworpen voor en zeer gewaardeerd als ervaring met 2 spelers, met behoud van de spanning en interactie die typisch zijn voor 18xx in een kleiner formaat.

Verwante spellen

Meer spellen van Mike Hutton

Een term die je niet kent? Ze staan allemaal uitgelegd in de 18xx-woordenlijst. Woordenlijst →