← Alle spellen

1846: The Race for the Midwest

Ontwerper: Tom Lehmann

Een snelle instap in 18xx in het Amerikaanse Middenwesten, met stapsgewijze kapitalisatie en gedrafte minors.

1846: The Race for the Midwest Inhoud

Zo werkt het

Opbouw
  • 3 tot 5 spelers: elk $400
  • Bank van $6.500, $7.500 of $9.000 (de biljetten van $500 worden bewaard voor het eind)
  • Met minder dan 5 spelers gaan er willekeurig privés en maatschappijen uit
  • Privédraft: kaarten pakken, er een gedekt houden (of een blanco kaart)
  • Twee onafhankelijke spoorwegen, de [MS] en de Big 4, met trein en schuld
Stock round ×1
  • Om de beurt: verkopen en daarna één certificaat kopen
  • Oprichten: koers kiezen ($40-$150) en het dubbele aan de maatschappij betalen
  • Aandelen uit de kas: de prijs gaat naar de maatschappij
  • Alleen verkopen door de directeur laten de koers zakken
  • Max. 60% per speler
  • Aan het eind: met aandelen in de markt zakt hij; 100% bij spelers stijgt hij
Operating round ×2
  • Inkomsten van de privés; de [MS] en de Big 4 opereren
  • Elke maatschappij, van hoogste naar laagste koers (in de 1e ronde andersom):
  • 1. Aandelen uitgeven of terugkopen
  • 2. 1 gele + 1 gele of upgrade, en één station
  • 3. Treinen
  • 4. Alles uitkeren, de helft of inhouden
  • 5. Treinen kopen (ze moet er een hebben)
↻ Herhaalt zich tot het einde
Einde van het spel
  • De bank raakt leeg: de reeks wordt afgemaakt (stock round + 2 operating rounds)
  • Of er is nog maar één speler niet failliet
  • Geld + aandelen tegen koers
  • De kas van de maatschappijen telt niet

Onderdelen

Spelers
  • Geld
  • Privés en aandelen (limiet afhankelijk van spelers en maatschappijen)
  • De directeur betaalt de verplichte trein zo nodig uit eigen zak
Maatschappijen
  • Directeurscertificaat van 20% en acht aandelen van 10% in de kas
  • Incrementeel kapitaal: ze ontvangen elk aandeel dat uit de kas gaat
  • Geven aandelen uit aan de markt of kopen ze terug
  • De [IC] krijgt haar startkoers cadeau
Onafhankelijken
  • [MS] (Detroit) en Big 4 (Indianapolis)
  • Leggen spoor en laten een 2-trein rijden
  • Delen de opbrengst half-half met de eigenaar
  • Een maatschappij mag ze kopen
Bank en markt
  • Lineaire aandelenmarkt, tot $550
  • Treinen met twee kanten: je kiest het type bij aankoop
Privés
  • Krachten: gratis tegels, bonusmarkers, station in Chicago…
  • Een maatschappij mag ze kopen tot de gedrukte prijs
  • Verdwijnen in fase III (behalve de Mail Contract van een maatschappij)

Waar het geld heen gaat

  • Spelers Maatschappijen Oprichten (dubbele prijs) en aandelen uit de kas kopen
  • Spelers Bank en markt Aandelen uit de markt, privés en schuld van de onafhankelijken
  • Bank en markt Spelers Dividend, inkomsten, verkopen, de helft van de opbrengst van de onafhankelijken
  • Bank en markt Maatschappijen Ingehouden opbrengst, uitgiftes, dividend op eigen aandelen
  • Maatschappijen Bank en markt Treinen, spoor, stations, terugkopen
  • Maatschappijen Spelers Een privé of onafhankelijke van de eigenaar kopen

Fasen

I
Start
2 · $80
Geel; 4 treinen per maatschappij
II
1e trein van fase II
3/5 · $160 / 4 · $180
Groen
III
1e trein van fase III
4/6 · $450 / 5 · $500
Bruin; 2-treinen rijden hun laatste route; privés weg; uitgangen meer waard; 3 treinen
IV
1e trein van fase IV
7/8 · $900 / 6 · $800
Grijs; fase II-treinen rijden hun laatste route; 2 treinen
  • De startkoers beslist het spel: goedkoop geeft de directeur veel aandelen; duur geeft de maatschappij kapitaal.
  • Aandelen die in de kas blijven, krijgen dividend en kunnen later uitgegeven worden, als ze meer waard zijn.

Een ronde stap voor stap

Het uitgebreide voorbeeld uit de spelregels: 3 spelers met $400. We volgen [S1] en zijn [GT] van de privédraft tot het eind van de tweede operating round.

  1. Privédraft Gedekte kaarten Fase I

    Met 3 spelers gaan de Erie en de Pennsylvania eruit. De privés worden met blanco kaarten geschud en in omgekeerde volgorde pakt elke speler er vijf en houdt er een gedekt. [S1] kiest de [MS], een onafhankelijke spoorweg.

    Geld [S1]
    $400
    Kas [GT]
    —
    Koers [GT]
    —
    Treinen [GT]
    —
  2. Privédraft De [MS] betalen Fase I

    De Mail Contract blijft als enige over: [S1] laat hem liggen, [S3] ook, en [S2] neemt hem voor $60 ($20 minder). Iedereen legt open en betaalt. De [MS] kost $140: $60 is haar kas en $80 schuld die naar de bank gaat.

    Geld [S1]
    $260
    Kas [GT]
    —
    Koers [GT]
    —
    Treinen [GT]
    —
  3. Stock round 1 De [GT] oprichten Fase I

    [S1] richt de [GT] op, met thuisstad Port Huron, naast Detroit, waar de [MS] zit. Hij kiest een koers van $60 en betaalt het dubbele, $120, aan de kas. [S2] richt de [NYC] op voor $80 en [S3] de [IC] voor $80.

    Goedkoop: meer aandelen voor de directeur, maar minder kapitaal voor de maatschappij.

    Geld [S1]
    $140
    Kas [GT]
    $120
    Koers [GT]
    $60
    Treinen [GT]
    —
  4. Stock round 1 Meer aandelen Fase I

    [S1] koopt een derde GT-aandeel voor $60, dat naar de kas gaat. Daarna koopt hij een NYC-aandeel voor $80 en is hij blut.

    Geld [S1]
    $0
    Kas [GT]
    $180
    Koers [GT]
    $60
    Treinen [GT]
    —
  5. Stock round 1 Iedereen past Fase I

    Niemand mag aandelen verkopen van een maatschappij die nog niet geopereerd heeft, tenzij hij directeur is. Iedereen past. Er liggen geen aandelen in de markt en geen maatschappij is helemaal verkocht: de koersen bewegen niet.

    Geld [S1]
    $0
    Kas [GT]
    $180
    Koers [GT]
    $60
    Treinen [GT]
    —
  6. Operating round 1.1 De [MS] rijdt Fase I

    Eerst opereren de onafhankelijken. De [MS] besteedt $20 aan spoor tot Port Huron en laat haar 2-trein rijden voor $60: de helft voor [S1], de helft voor haar kas.

    Geld [S1]
    $30
    Kas [GT]
    $180
    Koers [GT]
    $60
    Treinen [GT]
    —
  7. Operating round 1.1 De [GT] geeft aandelen uit Fase I

    In deze eerste ronde opereren de maatschappijen van laagste naar hoogste koers: de [GT] begint. Ze geeft twee aandelen uit aan de markt voor $50, een kolom onder de koers, en komt op $280.

    Ze mag zoveel aandelen uitgeven als de spelers er hebben, min die al in de markt liggen.

    Geld [S1]
    $30
    Kas [GT]
    $280
    Koers [GT]
    $60
    Treinen [GT]
    —
  8. Operating round 1.1 Toledo Fase I

    Ze legt spoor van Detroit naar Toledo ($40) en een station in Toledo ($80).

    Geld [S1]
    $30
    Kas [GT]
    $160
    Koers [GT]
    $60
    Treinen [GT]
    —
  9. Operating round 1.1 Geen trein, koers zakt; twee 2-treinen Fase I

    Geen trein, dus ze keert niets uit en zakt naar $50. Nu moet ze er minstens een kopen: ze koopt twee 2-treinen voor $160 en staat op nul.

    Geld [S1]
    $30
    Kas [GT]
    $0
    Koers [GT]
    $50
    Treinen [GT]
    2 + 2
  10. Operating round 1.1 De [NYC] opent fase II Fase II

    De [NYC] geeft vier aandelen uit, koopt de drie resterende 2-treinen en daarna de eerste 3/5 voor $160: fase II begint en groen komt. De [IC] koopt ook een 3/5.

    Geld [S1]
    $30
    Kas [GT]
    $0
    Koers [GT]
    $50
    Treinen [GT]
    2 + 2
  11. Operating round 1.2 De [MS] upgradet Fase II

    De [MS] legt een groene stad in Port Huron ($60), waar de [GT] van profiteert, en rijdt voor $70: $35 voor [S1]. De [NYC] keert de helft van haar opbrengst uit, $19 per aandeel, en [S1] krijgt $19.

    Geld [S1]
    $84
    Kas [GT]
    $0
    Koers [GT]
    $50
    Treinen [GT]
    2 + 2
  12. Operating round 1.2 Twee ritten Fase II

    De [GT] legt geen spoor. Haar twee 2-treinen rijden over verschillend spoor van Toledo naar Detroit, elk $80: $160.

    Geld [S1]
    $84
    Kas [GT]
    $0
    Koers [GT]
    $50
    Treinen [GT]
    2 + 2
  13. Operating round 1.2 Alles uitkeren Fase II

    Ze keert $16 per aandeel uit. [S1] heeft er drie en krijgt $48. De vijf aandelen in de kas leveren de [GT] $80 op. Het dubbele van de koers of meer uitkeren laat hem twee kolommen stijgen: van $50 naar $70.

    De twee aandelen in de markt krijgen niets, maar hun dividend telt wel mee voor de koersbeweging.

    Geld [S1]
    $132
    Kas [GT]
    $80
    Koers [GT]
    $70
    Treinen [GT]
    2 + 2
  14. Operating round 1.2 De [MS] kopen Fase II

    De [GT] koopt de [MS] van [S1] voor $60, het maximum dat haar prijs toelaat. Ze houdt haar trein en haar $45, en het station in Detroit wordt van de [GT].

    Geld [S1]
    $192
    Kas [GT]
    $65
    Koers [GT]
    $70
    Treinen [GT]
    2 + 2 + 2
  15. Op naar stock round 2 En nu? Fase II

    [S1] begint de stock round met $192. De [GT] heeft drie 2-treinen die in fase III op zijn, geen 3/5 en nog geen goede oost-westroute. In haar voordeel: vijf aandelen in de kas om uit te geven als ze meer waard zijn.

    Geld [S1]
    $192
    Kas [GT]
    $65
    Koers [GT]
    $70
    Treinen [GT]
    2 + 2 + 2

1846 The Race for the Midwest — Samenvatting


Type kapitalisatie

  • Incrementele kapitalisatie: de maatschappij ontvangt bij het floaten niet al het kapitaal in één keer (anders dan in 1830), maar ontvangt de startprijs telkens wanneer een van haar aandelen daadwerkelijk wordt verkocht, zowel bij de beursgang als bij latere emissies.

Floaten en aandelenlimieten per speler

  • Floaten bij 20% verkochte aandelen voor alle major-maatschappijen (in tegenstelling tot 60% in 1830); de minors (Michigan Southern en Big 4) floaten niet, ze zijn vanaf het begin operationeel
  • Geen enkele speler mag meer dan 60% (6 van de 10 certificaten) van één major-maatschappij bezitten, zonder uitzonderingen
  • Certificaatlimiet per speler (met het standaardaantal actieve maatschappijen): 2 spelers — 19; 3 spelers — 14; 4 spelers — 12; 5 spelers — 11 (varieert iets afhankelijk van hoeveel maatschappijen met optionele regels uit het spel worden gehaald)

Startgeld per aantal spelers

  • 2 spelers: $600 startgeld (bank met $7.000) — wordt gespeeld met de specifieke variant voor 2 spelers
  • 3 spelers: $400 startgeld (bank met $6.500)
  • 4 spelers: $400 startgeld (bank met $7.500)
  • 5 spelers: $400 startgeld (bank met $9.000)

Einde van het spel (end game triggers)

  • De bank raakt door haar geld heen: de lopende volledige operating round wordt uitgespeeld
  • De laatste 6-trein wordt gekocht: er wordt nog één volledige extra set operating rounds gespeeld en dan eindigt het spel
  • Een maatschappij gaat failliet en er blijft maar één solvente speler over: het spel eindigt onmiddellijk
  • Alle maatschappijen sluiten: het spel eindigt onmiddellijk (uitzonderlijk geval)

Aantal fasen

  • 4 fasen (I, II, III, IV), geactiveerd door de aankoop van respectievelijk de eerste trein van het type 4, 5 en 6
  • Fase IV schaft de bonussen van privémaatschappijen en de openstaande fichereserveringen af

Treinen en prijzen

  • 2-trein — $80 (roest wanneer de 6-trein verschijnt)
  • 4-trein (of variant 3/5) — $180 / $160 — bij aankoop worden de privémaatschappijen in handen van spelers gesloten
  • 5-trein (of variant 4/6) — $500 / $450
  • 6-trein (of variant 7/8) — $800 / $900 — het laatste beschikbare type, permanent (roest nooit)
  • Het aantal treinen van elk type hangt af van het aantal spelers

Privémaatschappijen

  • Michigan Southern (minor) — $60 — floatet met $60, een 2-trein en een fiche in Detroit; opereert altijd als eerste
  • Big 4 (minor) — $40 — floatet met $40, een 2-trein en een fiche in Indianapolis; opereert na de MS
  • Chicago & Western Indiana — $60, opbrengst $10 — reserveert een extra fichelocatie in Chicago
  • Mail Contract — $80, opbrengst $0 — voegt $10 toe voor elke stad die een trein aandoet; sluit nooit als een maatschappij haar bezit
  • Tunnel Blasting Company — $60, opbrengst $20 — korting van $20 bij bouwen in berg/tunnel
  • Meat Packing Company — $60, opbrengst $15 — bonus van $30 in St. Louis of Chicago
  • Steamboat Company — $40, opbrengst $10 — bonus in een havenstad
  • Lake Shore Line — $40, opbrengst $15 — gratis extra groene tegel in Cleveland of Toledo
  • Michigan Central — $40, opbrengst $15 — tot twee gratis extra gele tegels in B10/B12
  • Ohio & Indiana — $40, opbrengst $15 — tot twee gratis extra gele tegels in F14/F16
  • Boomtown — $40, opbrengst $10 — bonus van $20 in Cincinnati
  • Little Miami — $40, opbrengst $15 — gratis extra verbinding tussen Cincinnati en Dayton

Maatschappijen

  • Pennsylvania Railroad (PRR) — thuisbasis in Ft. Wayne/F20
  • New York Central Railroad (NYC) — thuisbasis in D20
  • Baltimore & Ohio Railroad (B&O) — thuisbasis in G19
  • Chesapeake & Ohio Railroad (C&O) — thuisbasis in I15
  • Erie Railroad (ERIE) — thuisbasis in E21
  • Grand Trunk Railway (GT) — thuisbasis in B16
  • Illinois Central Railroad (IC) — thuisbasis in K3; ontvangt een startsubsidie gelijk aan haar startprijs
  • Michigan Southern (MS) en Big 4 (BIG4) — "minor"-maatschappijen met één fiche, die door de majors kunnen worden opgenomen

Specifieke mechanismen

  • Kaart met rivierhexagons die per partij variëren
  • "Minor"-maatschappijen met een ruilronde om ze op te nemen
  • Verdeling van privémaatschappijen via een draft, met een geleidelijke prijsverlaging van $10
  • Privémaatschappijen met actieve bonussen op specifieke routes, niet alleen passieve opbrengst
  • Privémaatschappijen worden altijd voor precies de nominale waarde verkocht

Noodverkoop (emergency sell)

Anders dan in 1830 gaat een maatschappij die verplicht een trein moet kopen hier niet direct naar het geld van de president: eerst moet ze haar eigen schatkistaandelen uitgeven (verkopen) aan de bankpool in ruil voor contanten, waardoor haar eigen koers daalt. Pas wanneer dat op is, treedt het gebruikelijke mechanisme in werking —het persoonlijke geld van de president, en daarna een gedwongen verkoop van de aandelen van de president in welke maatschappij dan ook. Een maatschappij die op deze manier verplicht moet kopen, kan dat alleen bij de bank of de bankpool doen, nooit uit de voorraad van een andere maatschappij.

Vergelijking met 1830

1. Variabele kaart, niet vast
1830 heeft een vaste kaart. In 1846 worden bepaalde rivierhexagons (Mississippi, Ohio) elke partij willekeurig gelegd uit een vooraf bepaalde set, zodat de precieze geografie elke keer een beetje verandert.

2. Veiling van privémaatschappijen met een draft, niet met bieden
In 1830 worden de privémaatschappijen in een klassieke veiling met open biedingen aangeboden. In 1846 worden ze verdeeld met een draftsysteem: elke speler pakt om de beurt een privémaatschappij (of een "lege" kaart) uit een beschikbare selectie; de laatste die niemand wil wordt telkens $10 goedkoper wanneer ze van speler naar speler gaat, totdat iemand haar koopt of haar uiteindelijk gratis krijgt.

3. Verkoop van privémaatschappijen alleen voor hun nominale waarde
In 1830 kan een privémaatschappij aan een maatschappij worden verkocht voor tot het dubbele van haar nominale waarde, afhankelijk van onderhandeling. In 1846 kan een privémaatschappij alleen voor precies haar nominale waarde worden verkocht, zonder ruimte om naar boven te onderhandelen.

4. Een spel dat korter is opgezet
1846 is uitdrukkelijk ontworpen als een snellere instap in 18xx: een partij is doorgaans in 2-3 uur afgerond, duidelijk minder dan een typische partij 1830.

5. Een minder "voor de hand liggende" keuze van de startprijs
In 1830 is er een duidelijke neiging om de eerste maatschappij tegen een lage startprijs op te richten. In 1846 streeft het ontwerp er uitdrukkelijk naar dat de keuze van de startprijs geen voor de hand liggend antwoord heeft, zodat je de context van elke specifieke partij beter moet afwegen.

6. Minors met een ruilronde, een concept dat 1830 niet kent
1830 heeft alleen major-maatschappijen, die allemaal vanaf nul onafhankelijk ontstaan en groeien. 1846 voegt een specifieke fase toe waarin de major-maatschappijen de resterende minors kunnen kopen of opnemen, inclusief hun spoor en hun schatkist.

Verwante spellen

Meer spellen van Tom Lehmann

Een term die je niet kent? Ze staan allemaal uitgelegd in de 18xx-woordenlijst. Woordenlijst →