1856: Railroading in Upper Canada from 1856
Ontwerper: Bill Dixon
Opper-Canada en het risico door de overheid genationaliseerd te worden als leningen niet op tijd worden afgelost.
1856: Railroading in Upper Canada from 1856
Inhoud
Zo werkt het
- Elke speler krijgt $1.500 gedeeld door het aantal spelers; bank van $12.000
- Eerste stock round: de 6 privés komen op volgorde; je koopt de beschikbare of biedt op een latere
- Biedingen winnen de privé als die aan de beurt is; bij meer dan één volgt een veiling
- Als de privés verkocht zijn, beginnen de aandelen
- Beurt: één certificaat kopen en zoveel verkopen als je wilt
- Directeur (20%): kiest een startkoers tussen $65 en $100
- Kapitaal: de eerste 5 aandelen gaan naar de kas; de rest blijft vast tot de bestemming
- Aan het eind stijgt een maatschappij waarvan alle aandelen bij spelers liggen
- Inkomsten van de privés
- Elke maatschappij, van hoogste naar laagste koers:
- 1. Eén tegel: leggen of upgraden
- 2. Eén station
- 3. Treinen laten rijden
- 4. $10 rente per lening betalen
- 5. Uitkeren (rechts) of inhouden (links)
- 6. Treinen kopen
- 7. Leningen aflossen
- Op elk moment: een lening van $100
- De bank raakt leeg: de reeks operating rounds wordt afgemaakt
- Een speler gaat failliet: het spel eindigt meteen
- Telling: geld + aandelen tegen koers + privés tegen gedrukte prijs
- Zonder [CGR] haalt elke openstaande lening $10 van de koers af
Onderdelen
- Geld
- Aandelen (max. 60%) en privés
- De directeur betaalt uit eigen zak bij als het geld voor een verplichte trein tekortschiet
- 11 maatschappijen, elk met een bestemmingsstad
- Kas, treinen, stations
- Leningen: evenveel als aandelen in handen van spelers
- Leent $100 per lening uit, tegen $10 rente per ronde
- Bij de eerste 6-trein moeten alle leningen afgelost worden
- Wie dat niet kan, gaat op in de [CGR]
- Bank van $12.000
- Aandelen in de eerste uitgifte en open markt
- Geld vastgehouden tot de bestemming
- Nieuwe treinen
Waar het geld heen gaat
- Spelers Maatschappijen Nieuwe aandelen kopen (de eerste 5, of alle als de bestemming al bereikt is)
- Spelers Bank Privés, aandelen uit de open markt en vastgehouden aandelen kopen
- Bank Maatschappijen Bij het bereiken van de bestemming het vastgehouden geld; ingehouden opbrengst
- Bank Spelers Dividend, inkomsten van privés, aandelenverkopen
- Maatschappijen Bank Treinen, stations en terrein
- Overheid Maatschappijen Leningen van $100
- Maatschappijen Overheid Rente van $10 en aflossing van leningen
Fasen
- Om voor het eerst te opereren moeten er evenveel aandelen verkocht zijn als het nummer van de trein die te koop is.
- Leningen zijn makkelijk te krijgen, maar bij de eerste 6 moeten ze terugbetaald worden, anders verdwijnt de maatschappij in de [CGR].
Een ronde stap voor stap
Begint met het voorbeeld van de privéverkoop uit de spelregels (5 spelers met $300) en gaat verder met een illustratief voorbeeld met de echte regels. We volgen [S1] en de [GW], met thuisstad London, door de eerste stock round en de eerste twee operating rounds.
-
Eerste stock round De [FT] Fase 2
De privés komen op volgorde, van goedkoop naar duur. [S1] opent de ronde met de aankoop van de [FT], de eerste in de rij, voor $20. Die levert $5 per operating round op.
Zolang de [FT] van een speler is, mag niemand spoor op haar hex leggen.
- Geld [S1]
- $280
- Kas [GW]
- —
- Koers [GW]
- —
- Treinen [GW]
- —
- Leningen [GW]
- —
-
Eerste stock round Biedingen Fase 2
De anderen kopen niet: ze bieden op latere privés ([S2] $105 op de Niagarabrug, [S3] $55 op The Canada Company, [S4] en [S5] op de Great Lakes Shipping). Als hij weer aan de beurt is, koopt [S1] de [WSRC] voor $40.
Als de [WSRC] verkocht is, worden de volgende privés met maar één bod meteen verkocht; met meer dan één bod volgt een veiling.
- Geld [S1]
- $240
- Kas [GW]
- —
- Koers [GW]
- —
- Treinen [GW]
- —
- Leningen [GW]
- —
-
Stock round 1 Directeur van de [GW] Fase 2
Als alle privés verkocht zijn, koopt [S1] het directeurscertificaat van de [GW] (20%) en zet hij de startkoers op $70. Hij betaalt $140, en dat gaat naar de kas.
- Geld [S1]
- $100
- Kas [GW]
- $140
- Koers [GW]
- $70
- Treinen [GW]
- —
- Leningen [GW]
- —
-
Stock round 1 Meer aandelen Fase 2
In een andere beurt koopt hij nog 10% ($70) en [S3] neemt er ook een. De [GW] heeft nu 4 aandelen verkocht en alle vier ontvangen.
De eerste 5 aandelen betalen de maatschappij. Vanaf het zesde houdt de bank het geld vast tot de [GW] Detroit bereikt, haar bestemming.
- Geld [S1]
- $30
- Kas [GW]
- $280
- Koers [GW]
- $70
- Treinen [GW]
- —
- Leningen [GW]
- —
-
Operating round 1 Inkomsten en station Fase 2
[S1] krijgt $5 van de [FT] en $10 van de [WSRC]. De [GW] mag opereren: er zijn 2-treinen te koop en ze heeft meer dan 20% verkocht. Ze zet haar gratis station in London.
- Geld [S1]
- $45
- Kas [GW]
- $280
- Koers [GW]
- $70
- Treinen [GW]
- —
- Leningen [GW]
- —
-
Operating round 1 Een lening Fase 2
De [GW] vraagt de overheid om een lening: ze krijgt $100. Ze mag er evenveel hebben als er aandelen bij spelers liggen, en maar één per ronde.
Vraagt ze hem na de rentestap aan, dan krijgt ze maar $90.
- Geld [S1]
- $45
- Kas [GW]
- $380
- Koers [GW]
- $70
- Treinen [GW]
- —
- Leningen [GW]
- 1
-
Operating round 1 St. Thomas Fase 2
Ze legt een gele stad in St. Thomas, ten zuiden van London. Ze heeft geen treinen, dus ze verdient niets en de koers gaat naar links: van $70 naar $65.
- Geld [S1]
- $45
- Kas [GW]
- $380
- Koers [GW]
- $65
- Treinen [GW]
- —
- Leningen [GW]
- 1
-
Operating round 1 Twee 2-treinen Fase 2
Ze koopt twee 2-treinen voor $100 per stuk.
Treinen koop je een voor een: elke aankoop kan de fase veranderen.
- Geld [S1]
- $45
- Kas [GW]
- $180
- Koers [GW]
- $65
- Treinen [GW]
- 2 + 2
- Leningen [GW]
- 1
-
Stock round 2 Het vijfde aandeel Fase 2
[S1] heeft geen $70 en past. [S4] koopt 10% van de [GW]: het is het vijfde verkochte aandeel en de $70 gaat nog naar de kas. Wat vanaf nu verkocht wordt, blijft vastgezet.
- Geld [S1]
- $45
- Kas [GW]
- $250
- Koers [GW]
- $65
- Treinen [GW]
- 2 + 2
- Leningen [GW]
- 1
-
Operating round 2 Inkomsten en rit Fase 2
[S1] krijgt weer $15 van de privés. Eén 2-trein rijdt London (30) – St. Thomas (20): $50. De andere heeft geen vrije route.
- Geld [S1]
- $60
- Kas [GW]
- $250
- Koers [GW]
- $65
- Treinen [GW]
- 2 + 2
- Leningen [GW]
- 1
-
Operating round 2 Rente Fase 2
Voor het uitkeren betaalt de [GW] $10 rente op de lening.
Had ze niet genoeg geld, dan ging het van de opbrengst af en zo nodig betaalde de directeur.
- Geld [S1]
- $60
- Kas [GW]
- $240
- Koers [GW]
- $65
- Treinen [GW]
- 2 + 2
- Leningen [GW]
- 1
-
Operating round 2 Uitkeren Fase 2
De [GW] keert $5 per aandeel uit. [S1] heeft er 3 (het directeurscertificaat telt voor twee) en krijgt $15. Aandelen in de eerste uitgifte krijgen het voor de bank. De koers gaat naar rechts: terug naar $70.
- Geld [S1]
- $75
- Kas [GW]
- $240
- Koers [GW]
- $70
- Treinen [GW]
- 2 + 2
- Leningen [GW]
- 1
-
Operating round 2 De lening houden Fase 2
Ze koopt niets en lost de lening ook niet af: die $100 weegt nu weinig, maar moet terugbetaald worden als de eerste 6-trein komt.
- Geld [S1]
- $75
- Kas [GW]
- $240
- Koers [GW]
- $70
- Treinen [GW]
- 2 + 2
- Leningen [GW]
- 1
-
Op naar stock round 3 En nu? Fase 2
Om het geld van de vastgezette aandelen te krijgen, moet de [GW] Detroit bereiken, in het westen. Als de 3-trein komt, is 30% verkocht nodig om een nieuwe maatschappij te laten starten, en met de eerste 4 roesten de 2-treinen van de [GW].
- Geld [S1]
- $75
- Kas [GW]
- $240
- Koers [GW]
- $70
- Treinen [GW]
- 2 + 2
- Leningen [GW]
- 1
1856 Railroading in Upper Canada — Samenvatting
Type kapitalisatie
- Evoluerende, geen vaste kapitalisatie: maatschappijen die vroeg worden opgericht gebruiken "escrow"-kapitalisatie (ze ontvangen het geld van de eerste 5 verkochte aandelen meteen, maar dat van de laatste 5 wordt vastgehouden tot de maatschappij verbinding maakt met haar bestemmingsstad). Zodra de eerste trein van type 4 is gekocht, krijgen nieuwe maatschappijen incrementele kapitalisatie; zodra de eerste trein van type 5 is gekocht, krijgen nieuwe maatschappijen volledige kapitalisatie.
- Het percentage aandelen dat verkocht moet worden om te mogen opereren stijgt ook in de loop van de tijd: het begint bij 20% en neemt bij elke nieuwe fase met 10 punten toe, tot een maximum van 60%.
Floaten en aandelenlimieten per speler
- De float-drempel is niet vast: hij begint bij 20% en stijgt bij elke nieuwe fase met 10 punten tot een maximum van 60% (zie "Type kapitalisatie" hierboven); geen enkele maatschappij heeft een eigen percentage dat afwijkt van deze algemene drempel
- Geen enkele speler mag meer dan 60% (6 van de 10 certificaten) van eenzelfde maatschappij bezitten
- Certificaatlimiet per speler: 3 spelers — 20; 4 spelers — 16; 5 spelers — 13; 6 spelers — 11
Startgeld per aantal spelers
- 3 spelers: $500 startgeld
- 4 spelers: $375 startgeld
- 5 spelers: $300 startgeld
- 6 spelers: $250 startgeld
- De bank begint altijd met $12.000, ongeacht het aantal spelers
Einde van het spel (end game triggers)
- De bank raakt door haar geld heen: het spel eindigt onmiddellijk
- Een maatschappij gaat failliet en kan de betaling van een verplichte trein niet voldoen: het spel eindigt onmiddellijk
Aantal fasen
- 6 fasen (2, 3, 4, 5, 6, D), geactiveerd door de aankoop van de eerste trein van elk type (de optionele variant met trein van type 8 vervangt fase D door een fase 8)
Treinen en prijzen
- Trein 2 — $100 (6 stuks; roest bij de eerste 4-trein)
- Trein 3 — $225 (5 stuks; roest bij de eerste 6-trein)
- Trein 4 — $350 (4 stuks; roest bij de eerste Diesel; bij aankoop krijgen nieuwe maatschappijen incrementele kapitalisatie)
- Trein 5 — $550 (3 stuks; roest nooit; bij aankoop sluiten de privémaatschappijen en krijgen nieuwe maatschappijen volledige kapitalisatie)
- Trein 6 — $700 (2 stuks; roest nooit; bij aankoop volgt de nationalisatie: maatschappijen met openstaande leningen moeten fuseren met de Canadian Government Railway (CGR) of de directeur betaalt de schuld uit eigen zak)
- Diesel (D) — $1.100 (onbeperkt, beschikbaar vanaf fase 6; oude treinen kunnen worden ingeruild met een korting van $350 per stuk)
Privémaatschappijen
- FT - Flos Tramway — $20, inkomsten 5, geen speciale vaardigheid (blokkeert L3 zolang ze in handen van een speler is)
- WSRC - Waterloo & Saugeen Railway Co. — $40, inkomsten 10, de eigenaar-maatschappij mag gratis een station en een groene tegel leggen in Kitchener (I12); sluit bij gebruik
- TCC - The Canada Company — $50, inkomsten 10, de eigenaar-maatschappij krijgt een extra gratis tegellegging in hex H11; sluit niet bij gebruik
- GLSC - Great Lakes Shipping Company — $70, inkomsten 15, de eigenaar-maatschappij mag de havenmarker in een havenhex plaatsen (+$20 inkomsten daar); sluit bij plaatsing; de marker wordt verwijderd bij aankoop van de eerste 6-trein
- NFSBC - Niagara Falls Suspension Bridge Company — $100, inkomsten 20, de eigenaar-maatschappij krijgt +$10 bij het bereiken van Buffalo; andere maatschappijen kunnen dit recht kopen voor $50
- SCFTC - St. Clair Frontier Tunnel Company — $100, inkomsten 20, de eigenaar-maatschappij krijgt +$10 bij het bereiken van Sarnia; andere maatschappijen kunnen dit recht kopen voor $50
Maatschappijen
- BBG - Buffalo, Brantford & Goderich Railway — thuisbasis J15
- CA - Canada Air Line Railway — thuisbasis D17
- CPR - Canadian Pacific Railroad — thuisbasis M4
- CV - Credit Valley Railway — thuisbasis N11
- GT - Grand Trunk Railway — thuisbasis P9
- GW - Great Western Railway — thuisbasis F15
- LPS - London & Port Sarnia Railway — thuisbasis C14
- TGB - Toronto, Grey & Bruce Railway — thuisbasis K8
- THB - Toronto, Hamilton and Buffalo Railway — thuisbasis L15
- WR - Welland Railway — thuisbasis O16
- WGB - Wellington, Grey & Bruce Railway — thuisbasis J11
- CGR - Canadian Government Railway — geen vaste thuisbasis; ontstaat door nationalisatie bij aankoop van de eerste 6-trein en neemt de maatschappijen met openstaande leningen over
Specifieke mechanismen
- Overheidsleningen tot $100 per operatieronde, binnen de kapitalisatielimiet van elke maatschappij
- Nationalisatie bij aankoop van de eerste 6-trein: maatschappijen met schulden fuseren met de CGR (aandelen omgeruild in een verhouding van 2 op 1) of de directeur betaalt de schuld uit eigen zak
- Het directeurscertificaat is het dubbele van een gewoon aandeel waard, maar telt slechts als 1 certificaat voor de handlimiet
- Elke maatschappij krijgt bij de opzet een specifieke bestemmingsstad toegewezen
- Brug- en tunnelrechten zijn voor $50 tussen maatschappijen te koop zodra de oorspronkelijke privémaatschappijen gesloten zijn
Noodverkoop (emergency sell)
Komt bij een echte gedwongen treinaankoop overeen met de referentieversie van 1830: eerst het geld in de schatkist, daarna het eigen geld van de directeur, en daarna een gedwongen verkoop van de aandelen van de directeur in om het even welke maatschappij. Daarnaast kunnen maatschappijen ook een vrijwillige lening met rente aangaan als gewone financiering — maar die optie gaat pas open nadat de stap Treinen Kopen van die beurt al voorbij is, zodat ze de noodvolgorde niet kan vervangen op het moment dat een treinaankoop werkelijk verplicht wordt.
Vergelijking met 1830
1. Setting en kaart
1830 speelt zich af in het noordoosten van de VS. 1856 speelt zich af in het zuiden van Ontario (het vroegere "Upper Canada"), een
kleinere kaart rond de corridor tussen de Grote Meren, met een partij die ongeveer 4 uur duurt
met ervaren spelers.
2. Overheidsleningen beschikbaar voor alle maatschappijen
Een mechanisme dat in 1830 ontbreekt: elke maatschappij kan een overheidslening van maximaal $100 per operatieronde
aanvragen (altijd binnen haar kapitalisatielimiet). Die schuld is verleidelijk om het bouwen te
versnellen, maar moet later worden terugbetaald.
3. Nationalisatie: de Canadian Government Railway (CGR)
Dit is het centrale en onderscheidende mechanisme van 1856. Bij aankoop van de eerste trein van type 6 moet elke
maatschappij die nog openstaande overheidsleningen heeft fuseren met de Canadian Government
Railway (of de directeur betaalt de schuld persoonlijk om haar te redden). De aandelen van de overgenomen maatschappij worden
omgeruild voor aandelen van de CGR in een verhouding van 2 overgenomen aandelen voor 1 aandeel CGR. In 1830 bestaat er geen
concept van nationalisatie of van een overnemende staatsmaatschappij.
4. Het directeurscertificaat is twee aandelen waard, maar telt als één certificaat
In 1830 vertegenwoordigt het directeurscertificaat 20% van de maatschappij en telt het als 2 certificaten voor de
certificaatlimiet. In 1856 vertegenwoordigt het directeurscertificaat ook de dubbele waarde van een
gewoon aandeel, maar voor de certificaatlimiet van een speler telt het slechts als 1, niet als 2.
Daardoor is directeurscontrole verhoudingsgewijs "goedkoper" in termen van handlimiet.
5. Thematische privémaatschappijen met actieve krachten en gefaseerde sluiting
In 1830 zijn er 6 privémaatschappijen met vaste inkomsten en, in sommige gevallen, kleine voordelen. In 1856 zijn er ook zes
thematische privémaatschappijen, maar met veel gevarieerdere effecten: zo laat de ene privémaatschappij je gratis een station
plaatsen in een bepaalde stad, en geeft een andere (die van de brug bij de Niagarawatervallen) een vaste
geldbonus wanneer een route erover loopt.
6. Concreet historisch thema: de Canadese spoorwegconsolidatie
1856 simuleert rechtstreeks hoe veel Canadese spoorwegmaatschappijen uit die tijd zich te diep in de schulden staken bij
de overheid en uiteindelijk werden overgenomen om te vormen wat later de Canadian National Railway zou worden.
1830 heeft geen vergelijkbaar verhaal van staatsconsolidatie.
Verwante spellen
Meer spellen van Bill Dixon
Een term die je niet kent? Ze staan allemaal uitgelegd in de 18xx-woordenlijst. Woordenlijst →