← Alle spellen

1825

Ontwerper: Francis Tresham

De modulaire opvolger van 1829: kaarten verdeeld in Units (1, 2 en 3) die je naar gelang het aantal spelers kunt combineren.

1825 Inhoud

Zo werkt het

Opbouw
  • Kies de Unit (of Units): die bepaalt kaart, maatschappijen, geld en certificaatlimiet
  • Unit 1 met 4 spelers: elk £630 en hooguit 12 certificaten
  • Elke speler krijgt een privé (vanaf 5 spelers ook het directeurscertificaat van de [LNWR]) en betaalt die
  • Eerste stock round: alleen kopen, en zonder veiling
  • Wie de goedkoopste privé heeft, begint
Stock round ×1
  • Om de beurt koopt elke speler één aandeel
  • Verkopen mag onbeperkt (niet in de eerste ronde)
  • Nieuwe aandelen tegen nominale waarde, in vaste volgorde: eerst de duurste maatschappij
  • De volgende komt pas als er een uit de reeks helemaal verkocht is
  • Aandelen uit de pool tegen de koers
  • Eindigt als iedereen achter elkaar past; de speler links van de laatste koper begint
Operating round ×1-3
  • Inkomsten van de privés
  • Elke maatschappij, van hoogste naar laagste nominale waarde:
  • 1. Spoor: 1 of 2 niet-aangrenzende gele of 1 upgrade
  • 2. Een nieuwe basis (£40, later £100)
  • 3. Treinen: van grote stad naar grote stad
  • 4. Uitkeren (stijgt bij meer dan halve koers) of inhouden (daalt)
  • 5. Treinen kopen (van de bank of van een andere maatschappij)
↻ Herhaalt zich tot het einde
Einde van het spel
  • De bank raakt leeg: de lopende operating round wordt afgemaakt
  • Of een aandeel bereikt de top van de markt: het spel eindigt na de beurt van die maatschappij
  • Geld + aandelen tegen koers + privés tegen nominale waarde
  • Maatschappijen tellen niet: wie het meeste heeft, wint

Onderdelen

Spelers
  • Eigen geld
  • Aandelen en privés (certificaatlimiet)
  • Directeur is wie de meeste aandelen heeft; zijn certificaat telt voor twee
Maatschappijen
  • Nominale waarde op het certificaat (£67 tot £100)
  • Gaan van start bij 6 verkochte aandelen en krijgen 10 × nominale waarde
  • Maatschappijkredieten, gescheiden van het geld van de spelers
  • Zonder directeur: onder beheer, houden altijd in en kunnen voor £10 een trein huren
Bank
  • Geld, nieuwe aandelen en pool
  • Treinen, op volgorde van grootte
  • Aandelenmarkt [SPI] in één rij
Kaart
  • Geel in fase 1, groen in fase 2, bruin in fase 3
  • Berg £100, rivier of zee-engte £40
  • Bases alleen in grote steden
  • Gedrukte groene hexen (Londen, Birmingham) worden in fase 3 geüpgraded
Privés
  • Vier per Unit, van £30 tot £210
  • Leveren alleen vaste inkomsten
  • Kunnen voor £30 onder hun waarde aan de pool verkocht worden

Waar het geld heen gaat

  • Spelers Bank Aandelen kopen (nieuwe tegen nominale waarde, uit de pool tegen koers) en privés
  • Bank Maatschappijen Bij de start: het hele kapitaal, 10 × nominale waarde
  • Bank Spelers Dividend, inkomsten van privés, aandelenverkopen
  • Maatschappijen Bank Treinen, bergen, rivieren en bases
  • Bank Maatschappijen Ingehouden opbrengst
  • Spelers Maatschappijen Geld van de speler naar de maatschappij: bestaat niet

Fasen

1
Start
2 · £180
Alleen geel; 4 treinen per maatschappij; 1 operating round
2
1e 3-trein
3 · £300 · 4 · £430
Groen; 2 operating rounds. De 4-trein opent geen fase
3
1e 5-trein
5 · £550
Bruin; 2-treinen verdwijnen; 3 treinen per maatschappij; 3 operating rounds
  • Kopen of verkopen beweegt de koers niet: alleen de resultaten van de maatschappij doen dat.
  • Geen maatschappij hoeft een trein te hebben, en de directeur legt er nooit eigen geld in.

Een ronde stap voor stap

Illustratief voorbeeld (de spelregels hebben er geen): Unit 1 met 4 spelers. We volgen [S1] en de [LNWR] door de eerste stock round, de eerste operating round en de reeks daarna, allemaal in fase 1.

  1. Voor de start Een privé voor elke speler Fase 1

    Elke speler krijgt £630. De bankier deelt de vier privés van Unit 1 willekeurig uit: [S1] krijgt de [S&M], van £30, en betaalt die met zijn eigen geld. De anderen krijgen de [C&HP] (£75), de [C&W] (£130) en de [L&M] (£210).

    De spelers gaan zitten op volgorde van de prijs van hun privé: [S1], met de goedkoopste, opent de eerste stock round.

    Geld [S1]
    £600
    Kas [LNWR]
    —
    Koers [LNWR]
    —
    Treinen [LNWR]
    —
  2. Stock round 1 Het directeurscertificaat Fase 1

    De aandelen komen in vaste volgorde uit, van de duurste naar de goedkoopste maatschappij. De eerste is de [LNWR] (£100), en het eerste certificaat is altijd het directeurscertificaat, dat voor twee aandelen telt. [S1] koopt het voor £200.

    In de eerste stock round mag je niets verkopen.

    Geld [S1]
    £400
    Kas [LNWR]
    —
    Koers [LNWR]
    —
    Treinen [LNWR]
    —
  3. Stock round 1 Eén aandeel per beurt Fase 1

    Elke speler koopt maar één aandeel per beurt. De andere drie nemen LNWR-aandelen en [S1] koopt er in zijn volgende beurten nog twee voor £100. De [LNWR] is helemaal verkocht: [S1] heeft 40% en de anderen elk 20%.

    Geld [S1]
    £200
    Kas [LNWR]
    —
    Koers [LNWR]
    —
    Treinen [LNWR]
    —
  4. Stock round 1 De [GWR] gaat open Fase 1

    Nu de [LNWR] op is, komt de [GWR] (£90) vrij. [S2] neemt het directeurscertificaat en [S1] koopt in twee beurten achter elkaar twee aandelen van £90. De [GWR] komt op 9 verkochte aandelen.

    De [GER] en de [LSWR] (£76) komen pas als de [GWR] helemaal verkocht is.

    Geld [S1]
    £20
    Kas [LNWR]
    —
    Koers [LNWR]
    —
    Treinen [LNWR]
    —
  5. Stock round 1 Iedereen past Fase 1

    Niemand heeft geld voor nog een aandeel en iedereen past achter elkaar: de ronde is voorbij. De prioriteitskaart gaat naar de speler links van de laatste koper.

    Geld [S1]
    £20
    Kas [LNWR]
    —
    Koers [LNWR]
    —
    Treinen [LNWR]
    —
  6. Operating round 1 De [LNWR] gaat van start Fase 1

    Eerst betalen de privés: [S1] krijgt £5. Maatschappijen met 6 of meer verkochte aandelen gaan van start: de [LNWR] zet haar koers op £100, haar basis in Wolverton en krijgt £1.000, de waarde van de tien aandelen.

    Volledige kapitalisatie: de maatschappij krijgt het hele kapitaal in één keer, ook als er nog aandelen niet verkocht zijn.

    Geld [S1]
    £25
    Kas [LNWR]
    £1.000
    Koers [LNWR]
    £100
    Treinen [LNWR]
    —
  7. Operating round 1 Twee losse gele tegels Fase 1

    De [LNWR] opereert eerst, want ze heeft de hoogste nominale waarde. Ze legt een gele tegel die Wolverton met Birmingham verbindt en een andere richting Londen. De twee tegels mogen elkaar niet raken.

    Een berg zou £100 kosten, en een rivier £40. Die zijn hier niet.

    Geld [S1]
    £25
    Kas [LNWR]
    £1.000
    Koers [LNWR]
    £100
    Treinen [LNWR]
    —
  8. Operating round 1 Eerste beurt zonder trein Fase 1

    Treinen worden aan het eind van de beurt gekocht, dus een nieuwe maatschappij kan de eerste keer nooit rijden. Geen dividend en de koers zakt een vakje, van £100 naar £90.

    Geld [S1]
    £25
    Kas [LNWR]
    £1.000
    Koers [LNWR]
    £90
    Treinen [LNWR]
    —
  9. Operating round 1 Twee 2-treinen Fase 1

    Aan het eind van haar beurt koopt de [LNWR] twee 2-treinen voor £180. Deze Unit heeft er maar zes. De [GWR], die daarna opereert, neemt er ook twee.

    In fase 1 mag elke maatschappij tot 4 treinen hebben.

    Geld [S1]
    £25
    Kas [LNWR]
    £640
    Koers [LNWR]
    £90
    Treinen [LNWR]
    2 + 2
  10. Stock round 2 Een rustige ronde Fase 1

    Verkopen mag nu, maar [S1] hoeft niet en met £25 kan hij niets kopen: hij past. Omdat het fase 1 is, volgt er maar één operating round.

    Aandelen verkopen laat de koers niet zakken, anders dan in 1830.

    Geld [S1]
    £25
    Kas [LNWR]
    £640
    Koers [LNWR]
    £90
    Treinen [LNWR]
    2 + 2
  11. Operating round 2 Door naar Londen Fase 1

    De [S&M] betaalt weer £5. De [LNWR] legt de ontbrekende gele tegel: Wolverton is nu verbonden met Londen.

    Geld [S1]
    £30
    Kas [LNWR]
    £640
    Koers [LNWR]
    £90
    Treinen [LNWR]
    2 + 2
  12. Operating round 2 Twee ritten Fase 1

    Eén 2-trein rijdt van Wolverton (£10) naar Birmingham (£40): £50. De andere van Wolverton naar Londen (£50): £60. Totaal: £110. Beide treinen vertrekken uit Wolverton, maar delen geen stuk spoor.

    Een route moet beginnen en eindigen in grote steden. Twee 2-treinen mogen samen rijden alsof het één 3-trein is.

    Geld [S1]
    £30
    Kas [LNWR]
    £640
    Koers [LNWR]
    £90
    Treinen [LNWR]
    2 + 2
  13. Operating round 2 Uitkeren Fase 1

    De [LNWR] keert uit: £11 per aandeel. [S1] heeft er vier en krijgt £44. Omdat £110 meer is dan de helft van de koers (£45) maar het dubbele (£180) niet haalt, stijgt ze een vakje: terug naar £100.

    Bij het dubbele, drievoudige of viervoudige van de koers zou hij 2, 3 of 4 vakjes stijgen.

    Geld [S1]
    £74
    Kas [LNWR]
    £640
    Koers [LNWR]
    £100
    Treinen [LNWR]
    2 + 2
  14. Operating round 2 Een derde trein Fase 1

    Ze koopt nog een 2-trein voor £180. Er ligt er nog maar één bij de bank: als die op zijn, brengt de eerste 3-trein het spel in fase 2.

    Geld [S1]
    £74
    Kas [LNWR]
    £460
    Koers [LNWR]
    £100
    Treinen [LNWR]
    2 + 2 + 2
  15. Op naar fase 2 En nu? Fase 1

    Koopt de [GWR] de laatste 2-trein en de eerste 3-trein, dan komt groen en zijn er na de volgende stock round twee operating rounds per stock round. De 2-treinen van de [LNWR] houden het maar tot de eerste 5-trein: ze moet kredieten sparen voor grotere treinen.

    Geld [S1]
    £74
    Kas [LNWR]
    £460
    Koers [LNWR]
    £100
    Treinen [LNWR]
    2 + 2 + 2

1825 — Samenvatting


Type kapitalisatie

  • Volledige kapitalisatie voor de veertien historische maatschappijen (LNWR, GWR, Midland, Caledonian, GER...): bij het floaten ontvangen ze in één keer al het kapitaal, berekend op basis van hun gedrukte nominale waarde (niet gekozen door de oprichter).
  • De drie "minor"-maatschappijen van Unit 3 (Great North of Scotland, Highland Railway en Maryport & Carlisle) gebruiken incrementele kapitalisatie (ze floaten op 40%, met aandelen verdeeld als 40/20/20/20): in plaats van een normale beursgang "worden ze gevormd" zodra ze genoeg in kas hebben om hun verplichte trein te betalen (respectievelijk een trein van type 5, U3 of 3T).

Floaten en aandelenlimieten per speler

  • De veertien historische basismaatschappijen (Units 1-3) floaten op 60% (standaarddrempel); de extra maatschappijen uit Regionals en Kits (GNoS, HR, M&C, Cam, TV, S&DR, M&GN, FR, NS, LT&S) floaten op 40%
  • Geen enkele maatschappij heeft een echte bezitslimiet per speler: de drempel staat overal op 100% (een speler zou alle aandelen van een maatschappij kunnen bezitten)
  • 1825 definieert geen eigen CERT_LIMIT en neemt dus de standaardwaarde van de engine over: 2 spelers — 28; 3 spelers — 20; 4 spelers — 16; 5 spelers — 13; 6 spelers — 11

Startgeld per aantal spelers

  • Hangt af van welke Unit(s) gespeeld worden, niet alleen van het aantal spelers:
  • Alleen Unit 1: 2sp £1.200, 3sp £830, 4sp £630, 5sp £504
  • Alleen Unit 2: 2sp £1.200, 3sp £800, 4sp £600
  • Alleen Unit 3: 2sp £750
  • Units 1+2: 3sp £840, 4sp £630, 5sp £504, 6sp £420, 7sp £360
  • Units 2+3: 3sp £840, 4sp £630, 5sp £504
  • Units 1+2+3 (alle): 4sp £630, 5sp £504, 6sp £420, 7sp £360, 8sp £315, 9sp £280
  • Bank: £5.000 als Unit 1 of Unit 2 alleen gespeeld wordt, £4.000 met alleen Unit 3; bij het combineren van Units zonder de optionele regel BigBank geldt de waarde van de eerst gekozen Unit, terwijl met BigBank de banken van alle Units worden opgeteld; daarbij komt £1.000 voor elke extra minor uit de optionele kits of regionals (en nog £2.000 als Kit 2 of 3 wordt toegevoegd), tenzij de regel StrictBank wordt gebruikt

Einde van het spel (end game triggers)

  • De bank raakt leeg: de lopende operating round wordt afgemaakt
  • Een aandeelkoers bereikt het hoogste vak van de Share Price Index (SPI): het spel eindigt direct na de beurt van die maatschappij, ook als de bank nog geld heeft

Aantal fasen

  • 3 basisfasen: Fase 1 (alleen gele tegels, 1 operating round), Fase 2 geactiveerd door de eerste trein van type 3 (gele en groene tegels, 2 operating rounds), Fase 3 geactiveerd door de eerste trein van type 5 (gele, groene en bruine tegels, 3 operating rounds)
  • De eerste trein van type 4 activeert merkwaardig genoeg geen nieuwe fase
  • Met de optionele Kit 3 (Phase Four) komen er tot twee extra fasen bij, geactiveerd door treinen van type 6 en 7

Treinen en prijzen

  • 2-trein — £180 (roest wanneer de eerste trein van type 5 wordt gekocht)
  • 3-trein — £300 (roest niet, tenzij Kit 3 wordt gebruikt; dan roest hij bij de eerste trein van type 7)
  • 4-trein — £430 (roest niet; de aankoop activeert geen nieuwe fase)
  • 5-trein — £550
  • 6-trein — £650 (alleen beschikbaar met de optionele Kit 3, of direct inbegrepen als Unit 2 alleen gespeeld wordt)
  • 7-trein — £720 (alleen beschikbaar met de optionele Kit 3)
  • 3T — £370, beschikbaar vanaf Fase 2; trein exclusief voor "minor"-maatschappijen (verplicht voor de Maryport & Carlisle)
  • U3 — £410, beschikbaar vanaf Fase 2; telt tot 3 steden, maar rijdt onbeperkt door dorpen (verplicht voor de Highland Railway)
  • 4T — £480, beschikbaar vanaf Fase 3; alleen met bepaalde regionale kits
  • 2+2 — £600 (dubbele trein), beschikbaar vanaf Fase 3; alleen met Kit 7
  • 4+4E — £830 (dubbele trein), alleen beschikbaar met Kit 3, in diens Fase 4a
  • Het exacte aantal van elke trein hangt af van welke Unit(s) en kits gebruikt worden; Unit 1 alleen bevat bijvoorbeeld 6 treinen van type 2, 4 van type 3, 3 van type 4 en 4 van type 5

Privates

  • Welke privates beschikbaar zijn hangt af van welke Unit(s) gespeeld worden; in totaal zijn er acht mogelijke maatschappijen, gegroepeerd per waardeklasse:
  • Swansea & Mumbles Railway (S&M) — £30, inkomen £5 (Unit 1)
  • Leeds & Middleton Railway (L&MI) — £30, inkomen £5 (Unit 2, vervangt de S&M als er geen Unit 1 is)
  • Arbroath & Forfar (A&F) — £30, inkomen £5 (Unit 3, vervangt de vorige als die alleen gespeeld wordt)
  • Tanfield Wagon Way (TWW) — £60, inkomen £10 (Unit 3)
  • Cromford & High Peak Railway (C&HP) — £75, inkomen £12 (Unit 1 en Unit 2)
  • Stockton & Darlington (S&D) — £160, inkomen £25 (Unit 2 en Unit 3)
  • Canterbury & Whitstable Railway (C&W) — £130, inkomen £20 (Unit 1)
  • Liverpool & Manchester Railway (L&M) — £210, inkomen £30 (Unit 1 en Unit 2)
  • Bij het combineren van Units blijft er, als twee privates dezelfde waarde hebben, maar één over, zodat er in een concreet spel maar vier in het spel zijn

Maatschappijen

  • Unit 1 (Zuidoost-Engeland) — zes maatschappijen met volledige kapitalisatie: London & North Western (LNWR), par £100, thuisbasis T16; Great Western (GWR), par £90, thuisbasis V14; Great Eastern (GER), par £76, thuisbasis V20; London & South Western (LSWR), par £76, thuisbasis V20; South Eastern & Chatham (SECR), par £71, thuisbasis W23; London Brighton & South Coast (LBSC), par £67, thuisbasis X20
  • Unit 2 (Midlands) — zes maatschappijen met volledige kapitalisatie: LNWR (par £100, thuisbasis Q11 als Unit 2 alleen gespeeld wordt), Midland (MR), par £82, thuisbasis Q15; North Eastern (NER), par £82, thuisbasis L14; Great Central (GCR), par £71, thuisbasis O15; Great Northern (GNR), par £71, thuisbasis O15; Lancashire & Yorkshire (L&Y), par £71, thuisbasis O11
  • Unit 3 (Noord-Engeland en Schotland) — drie maatschappijen met volledige kapitalisatie: Caledonian (CR), par £76, thuisbasis G5; North British (NBR), par £76, thuisbasis G5; Glasgow & South Western (GSWR), par £67, thuisbasis G5
  • Unit 3 — drie "minor"-maatschappijen met incrementele kapitalisatie, zonder vaste par: Great North of Scotland (GNoS), thuisbasis B12, wordt gevormd door een trein van type 5 te betalen; Highland Railway (HR), thuisbasis B8, wordt gevormd door een U3-trein te betalen; Maryport & Carlisle (M&C), thuisbasis K7, wordt gevormd door een 3T-trein te betalen
  • Met de optionele kits en regionals kunnen er nog tot zeven maatschappijen bijkomen (Cambrian, Taff Vale, Somerset & Dorset, Midland & Great Northern, Furness, North Staffordshire, London Tilbury & Southend), allemaal met incrementele kapitalisatie

Specifieke mechanismen

  • Modulair spel, verkocht in drie zelfstandige Units die gecombineerd kunnen worden, met een bereik van 2 tot 9 spelers afhankelijk van de combinatie
  • De aandeelkoers verandert alleen op basis van de resultaten van de maatschappij (dividend en winst), nooit door koop en verkoop door spelers in de stock round
  • Geen persoonlijk faillissement: als geen enkele aandeelhouder directeur wil zijn, gaat de maatschappij in Receivership (beheerd door de bankier), houdt ze de winst altijd in en kan ze een trein van de bank huren voor £10/beurt in plaats van er een te kopen
  • Uniforme kosten voor extra stationsfiches voor alle maatschappijen: £40 voor de eerste, £100 voor elk volgende
  • Privates worden in oplopende volgorde van prijs verkocht tijdens de eerste Share Dealing Round, zonder veiling

Noodverkoop (emergency sell)

Er is geen noodverkoopmechanisme in de gebruikelijke zin: een maatschappij is nooit verplicht een trein te hebben, dus het geld van de president en de gedwongen verkoop van aandelen spelen in een normaal spel nooit een rol. Het enige verwante mechanisme is curatele: een maatschappij die een operating round zonder trein afsluit en geen route kan rijden, komt onder curatele en wordt verder op de automatische piloot gespeeld, waarbij ze de goedkoopste trein uit de voorraad koopt die ze met haar eigen schatkist kan betalen; als ze zelfs het minimale huurtarief niet kan opbrengen, is het de maatschappij zelf —niet de president— die een curatelelening aangaat om een trein van de bank te huren. Het persoonlijke geld en de aandelen van spelers worden nooit aangeraakt.

Vergelijking met 1830

1. Setting, kaart en aantal spelers
1830 beslaat het noordoosten van de VS voor 2-6 spelers met één vaste kaart. 1825 —de modulaire opvolger die Tresham ontwierp op basis van zijn eigen 1829, het spel waarmee het genre begon— verplaatst de actie naar het Victoriaanse Groot-Brittannië en wordt verkocht in drie zelfstandige Units (Unit 1: Zuidoost-Engeland, Unit 2: Midlands, Unit 3: Noord-Engeland en Schotland) die los of gecombineerd gespeeld kunnen worden. Afhankelijk van de gekozen combinatie loopt het aantal spelers van 2 (Unit 3 alleen, een zeldzaamheid in het genre) tot 8-9 als de drie Units met de regionale kits worden gecombineerd.

2. Historische maatschappijen met een gedrukte nominale waarde, niet zelf gekozen
In 1830 kiest de speler die een maatschappij opricht de uitgifteprijs. In 1825 heeft elk van de veertien historische Britse maatschappijen haar nominale waarde al op het certificaat gedrukt —tussen £67 en £100— en geen speler kan die kiezen: de aandelen worden altijd tegen deze vaste prijs verkocht.

3. Privates verkocht op volgorde van prijs, niet geveild
In 1830 worden de zes privates aan het begin van het spel via een blinde veiling verdeeld. In 1825 is er geen veiling: de privates worden in oplopende volgorde van prijs te koop aangeboden tijdens de eerste Share Dealing Round, en elke speler kan in zijn beurt alleen tegen de aangegeven prijs kopen of passen.

4. De aandeelkoers wordt niet door de spelers bewogen, maar door de resultaten van de maatschappij
In 1830 verschuift elke aankoop of verkoop in de stock round de aandeelkoers direct omhoog of omlaag. In 1825 verandert het kopen of verkopen van aandelen de koers nooit: die wordt slechts één keer herzien, aan het einde van de operating turn van de maatschappij, afhankelijk van of ze dividend heeft uitgekeerd en hoeveel ze heeft verdiend in verhouding tot haar waarde.

5. Geen persoonlijk faillissement: de Receivership vervangt de president in nood
In 1830 komt de verantwoordelijkheid, als een maatschappij niet kan betalen, uiteindelijk bij de persoonlijke portemonnee van de president terecht. In 1825 zijn het geld van de spelers en de "Company Credits" van de maatschappijen volledig gescheiden vermogens: geen speler steekt er ooit eigen geld in. Als geen enkele aandeelhouder de twee aandelen wil nemen die nodig zijn om directeur te worden, komt de maatschappij in handen van een Receiver (meestal de bankier zelf), die de winst altijd inhoudt en treinen van de bank kan huren voor slechts £10 per beurt.

6. Twee kapitalisatiesystemen naast elkaar in hetzelfde spel
In 1830 kapitaliseren alle maatschappijen op dezelfde manier (volledig, bij floaten op 60%). In 1825 kapitaliseren de veertien belangrijkste historische maatschappijen volledig met een gedrukte waarde, terwijl de "minor"-maatschappijen van Unit 3 incrementeel kapitaliseren en niet eens op de gebruikelijke manier floaten: ze "worden gewoon gevormd" zodra ze genoeg geld hebben om hun verplichte trein te betalen.

Verwante spellen

Meer spellen van Francis Tresham

Een term die je niet kent? Ze staan allemaal uitgelegd in de 18xx-woordenlijst. Woordenlijst →