← Alle spellen

1846: The Race for the Midwest

Ontwerper: Tom Lehmann

Een snelle instap in 18xx in het Amerikaanse Middenwesten, met stapsgewijze kapitalisatie en gedrafte minors.

1846 The Race for the Midwest — Samenvatting


Type kapitalisatie


Floaten en aandelenlimieten per speler


Startgeld per aantal spelers


Einde van het spel (end game triggers)


Aantal fasen


Treinen en prijzen


Privémaatschappijen


Maatschappijen


Specifieke mechanismen


Noodverkoop (emergency sell)

Anders dan in 1830 gaat een maatschappij die verplicht een trein moet kopen hier niet direct naar het geld van de president: eerst moet ze haar eigen schatkistaandelen uitgeven (verkopen) aan de bankpool in ruil voor contanten, waardoor haar eigen koers daalt. Pas wanneer dat op is, treedt het gebruikelijke mechanisme in werking —het persoonlijke geld van de president, en daarna een gedwongen verkoop van de aandelen van de president in welke maatschappij dan ook. Een maatschappij die op deze manier verplicht moet kopen, kan dat alleen bij de bank of de bankpool doen, nooit uit de voorraad van een andere maatschappij.

Vergelijking met 1830

1. Variabele kaart, niet vast
1830 heeft een vaste kaart. In 1846 worden bepaalde rivierhexagons (Mississippi, Ohio) elke partij willekeurig gelegd uit een vooraf bepaalde set, zodat de precieze geografie elke keer een beetje verandert.

2. Veiling van privémaatschappijen met een draft, niet met bieden
In 1830 worden de privémaatschappijen in een klassieke veiling met open biedingen aangeboden. In 1846 worden ze verdeeld met een draftsysteem: elke speler pakt om de beurt een privémaatschappij (of een "lege" kaart) uit een beschikbare selectie; de laatste die niemand wil wordt telkens $10 goedkoper wanneer ze van speler naar speler gaat, totdat iemand haar koopt of haar uiteindelijk gratis krijgt.

3. Verkoop van privémaatschappijen alleen voor hun nominale waarde
In 1830 kan een privémaatschappij aan een maatschappij worden verkocht voor tot het dubbele van haar nominale waarde, afhankelijk van onderhandeling. In 1846 kan een privémaatschappij alleen voor precies haar nominale waarde worden verkocht, zonder ruimte om naar boven te onderhandelen.

4. Een spel dat korter is opgezet
1846 is uitdrukkelijk ontworpen als een snellere instap in 18xx: een partij is doorgaans in 2-3 uur afgerond, duidelijk minder dan een typische partij 1830.

5. Een minder "voor de hand liggende" keuze van de startprijs
In 1830 is er een duidelijke neiging om de eerste maatschappij tegen een lage startprijs op te richten. In 1846 streeft het ontwerp er uitdrukkelijk naar dat de keuze van de startprijs geen voor de hand liggend antwoord heeft, zodat je de context van elke specifieke partij beter moet afwegen.

6. Minors met een ruilronde, een concept dat 1830 niet kent
1830 heeft alleen major-maatschappijen, die allemaal vanaf nul onafhankelijk ontstaan en groeien. 1846 voegt een specifieke fase toe waarin de major-maatschappijen de resterende minors kunnen kopen of opnemen, inclusief hun spoor en hun schatkist.

Een term die je niet kent? Ze staan allemaal uitgelegd in de 18xx-woordenlijst. Woordenlijst →