18 India: The Railways of India
Ontwerper: Michael Carter, Anthony Fryer, John Harres, Nick Neylon
Afstammeling van 1829 Mainline: permanente treinen, "beheerde" maatschappijen zonder vaste president en koninklijke obligaties — voor 2-5 spelers in ongeveer 3 uur.
18 India — Samenvatting
Type kapitalisatie
- Incrementele kapitalisatie: de maatschappij krijgt bij het floaten niet in één keer haar kapitaal, maar ontvangt de parprijs telkens wanneer een van haar aandelen daadwerkelijk wordt verkocht.
- Ze floaten al bij 30% verkocht, in plaats van de 60% die in andere titels uit de reeks gebruikelijk is.
Floaten en aandelenlimieten per speler
- Float bij 30% verkochte aandelen (één drempel voor alle maatschappijen)
- Geen enkele speler mag meer dan 100% van één maatschappij bezitten, behalve de Great Indian Peninsula Railway (GIPR), die tot 200% kan gaan
- Certificaatlimiet per speler (afhankelijk van het aantal actieve maatschappijen in het spel — 8, 9 of 10, bij aanvang per regio bepaald): 2 spelers — 29 tot 37; 3 spelers — 19 tot 23; 4 spelers — 15 tot 18; 5 spelers — 12 tot 15
Startgeld per aantal spelers
- 2 spelers: ₹1.100 startgeld
- 3 spelers: ₹733 startgeld
- 4 spelers: ₹550 startgeld
- 5 spelers: ₹440 startgeld
- De bank begint altijd met ₹9.000, ongeacht het aantal spelers
Einde van het spel (end game triggers)
- De bank raakt door haar geld heen: de lopende volledige reeks operating rounds wordt afgemaakt
- Een aandelenkoers bereikt een van de met "e" gemarkeerde vakjes op de markt (400e/420e/440e/460e): het spel eindigt aan het eind van de volgende operating round (de hele reeks hoeft niet te worden afgemaakt)
- Faillissement is in dit spel geen manier om het spel te beëindigen: het is uitgeschakeld (geen enkele maatschappij kan failliet gaan)
Aantal fasen
- 5 fasen (I, II, III, III', IV)
- Fase I: de Great Indian Peninsula Railway (GIPR) mag nog niet opereren
- Fase II: begint bij de aankoop van de eerste 3-trein
- Fase III: begint bij de aankoop van de eerste 4-trein
- Fase III': begint bij de aankoop van de tweede 4-trein; vanaf dan zijn alle multiplicatortreinen (3×2, 3×3, 4×2, 4×3) tegelijk beschikbaar
- Fase IV: begint bij de aankoop van een willekeurige multiplicatortrein; de Guaranty Warrants vervallen, de Spoorwegobligaties kunnen worden omgezet in een GIPR-aandeel, en markers voor spoorwijdtewisselingen worden niet meer geplaatst (en bestaande mogen worden verwijderd)
Treinen en prijzen
- 2-trein — ₹180 (6 stuks)
- 3-trein — ₹300 (4 stuks), beschikbaar vanaf fase II
- 4-trein (expressvariant 4E, zelfde prijs, slaat dorpen over) — ₹450 (3 stuks), beschikbaar vanaf fase III
- 3×2-trein — ₹700 (3 stuks) en 3×3-trein — ₹900 (3 stuks), beschikbaar vanaf fase III'
- 4×2-trein (expressvariant 4Ex2) — ₹800 (3 stuks) en 4×3-trein (expressvariant 4Ex3) — ₹1.100 (3 stuks), beschikbaar vanaf fase III'
- Treinen roesten nooit: ze blijven het hele spel permanent. Elke maatschappij mag er maximaal 2 tegelijk hebben.
Privémaatschappijen
- Swedish EIC (P1) — ₹25, inkomsten ₹5 — geen speciale vaardigheid
- Portuguese EIC (P2) — ₹35, inkomsten ₹5 — één extra gele tegel leggen; sluit na gebruik
- Dutch EIC (P3) — ₹60, inkomsten ₹10 — één extra spoorupgrade; sluit na gebruik
- French EIC (P4) — ₹75, inkomsten ₹15 — ₹40 korting op de totale terreinkosten tijdens een operating round; sluit na gebruik
- Danish EIC (P5) — ₹115, inkomsten ₹20 — één gratis station, ook als de stad vol is; sluit na gebruik
- British EIC (P6) — ₹150, inkomsten ₹25 — krijgt de juwelenconcessie (een bonus die aan een hex kan worden toegewezen); sluit na gebruik
Maatschappijen
- Great Indian Peninsula Railway (GIPR) — geen vaste thuisbasis (kan in elke open stad worden opgericht); altijd "beheerd" (geen presidentscertificaat), kan dankzij converteerbare Koninklijke Obligaties tot 200% in omloop groeien, en mag niet vóór fase II opereren
- Regio Oost (elk spel blijven er willekeurig 3 van de 6 over): Bengal Nagpur Railway (BNR) — Nagpur/I20; Darjeeling-Himalayan Railway (DHR) — Q10 (grens met China); East India Railway (EIR) — Kolkata/P17; Eastern Bengal Railway (EBR) — Kolkata/P17; North Central Railway (NCR) — Allahabad/K14; Tirhoot Railway (TR) — M10 (grens met Nepal)
- Regio West (elk spel blijven er willekeurig 3 van de 5 over): Bombay Railway (BR) — Mumbai/D23; Northwestern Railway (NWR) — Delhi/G8; Punjab Northern State Railway (PNS) — Lahore/D3; Sind Punjab & Delhi Railroad (SPD) — Delhi/G8; Western Railway (WR) — Ahmedabad/D17
- Regio Zuid (elk spel blijven er willekeurig 3 van de 6 over): Ceylon Government Railway (CGR) — Colombo/K40; Kolar Gold Fields Railways (KGF) — Bengaluru/H31; Madras Railway (MR) — Chennai/K30; Nizam State Railway (NSR) — Hyderabad/H25; South Indian Railway (SIR) — Kochi/G36; West of India Portuguese Railway (WIP) — Pune/E24
- Per regio wordt willekeurig één "garantie"-maatschappij (Guaranty) gekozen, die een minimumdividend van 5% garandeert als de maatschappij er zelf geen uitkeert
Specifieke mechanismen
- Goederensysteem (commodities): maatschappijen halen goederen op in hexen en leveren ze af op hun bestemmingen voor extra inkomsten
- "Beheerde" maatschappijen die zonder presidentscertificaat kunnen opereren, nooit een gedwongen treinaankoop, en de president legt nooit privégeld bij
- Geen limiet van 60% per aandeelhouder (de GIPR kan tot 200% in omloop gaan)
- Vaste beginverdeling van certificaten in de hand + een draft van de afgelegde kaarten, in plaats van een veiling van privémaatschappijen
- Eén enkele Selling Turn per speler aan het begin van elke stock round; daarna mag alleen nog worden gekocht
- Spoorwijdtewisselingen op de kaart: het passeren ervan telt als een halte met waarde nul voor de trein
- De eindwaarde van elk aandeel wordt verhoogd met 10% van de waarde van de bezittingen van de maatschappij (treinen, kas, obligaties en certificaten in haar bezit), niet alleen de marktprijs
Noodverkoop (emergency sell)
Er is helemaal geen noodverkoopmechanisme. Regel 8.4.5.8 zegt het onomwonden: omdat geen enkele maatschappij ooit verplicht is een trein te hebben, "bestaat het concept van noodfinanciering... niet" in 18 India, en een speler mag om geen enkele reden privégeld in de kas van een maatschappij stoppen. Als een operating round eindigt met een maatschappij zonder trein, is het enige gevolg dat haar koers één vakje op de markt daalt — wat de maatschappij op termijn kan doen sluiten, maar nooit iemand dwingt aandelen te verkopen.
Vergelijking met 1830
1. Andere afstamming: komt van 1829 Mainline, niet direct van 1830
18 India (GMT Games, 2022) is niet afgeleid van 1830, maar van 1829 Mainline van Francis Tresham, met invloeden
van 18Africa. Het is voor 2-5 spelers en een partij duurt meestal zo'n 3 uur, merkbaar korter dan een typische
partij 1830.
2. Treinen roesten nooit: ze zijn permanent
Het meest drastische verschil met 1830: in 18 India worden treinen nooit afgedankt omdat ze verouderd zijn. De
druk komt niet van het verliezen van oude treinen, maar van de "treinrace" om betere treinen te bemachtigen vóór
de rest.
3. Er is nooit een "gedwongen" treinaankoop
In 1830 moet de president, als een maatschappij een verplichte trein niet kan betalen, geld uit eigen zak
bijleggen. In 18 India bestaat dat niet: geen enkele maatschappij is ooit verplicht een trein te hebben, en de
president of beheerder legt nooit privégeld in de kas van de maatschappij.
4. "Beheerde" maatschappijen zonder presidentscertificaat
In 1830 heeft elke publieke maatschappij vanaf haar oprichting altijd een president. In 18 India kan een
maatschappij als "Managed Company" opereren (zonder dat het presidentscertificaat in het spel is) zodra er
minstens drie certificaten van 10% zijn verdeeld, zonder dat iemand de meerderheid hoeft te hebben.
5. Geen limiet van 60% per aandeelhouder
Een belangrijk en weinig intuïtief verschil: in 18 India is er geen enkele limiet op het percentage van een
maatschappij dat één speler mag bezitten. In 1830 is de limiet strikt 60% (6 certificaten).
6. De eindwaarde omvat de bezittingen van de maatschappij, niet alleen de marktprijs
Aan het eind van het spel wordt de waarde van elk aandeel in 18 India verhoogd met 10% van de waarde van de
bezittingen van de maatschappij (treinen, kas, obligaties en certificaten in haar bezit). In 1830 is de waarde
van een aandeel bij de eindafrekening gewoon de marktprijs.
Een term die je niet kent? Ze staan allemaal uitgelegd in de 18xx-woordenlijst. Woordenlijst →