1817
Ontwerper: Craig Bartell, Tim Flowers
Een agressieve, zwaar financiële 18xx voor grote groepen, met leningen, short gaan en vijandige fusies tussen maatschappijen.
1817
Inhoud
Zo werkt het
- $1.260 verdeeld over de spelers (4 spelers: $315 elk)
- Onbeperkte bank: het spel eindigt niet doordat het geld op is
- Bank of New York: 70 leningen van $100, startrente $5
- Veiling van de 11 privés, met $200 seed money dat een deel van de prijs betaalt
- Privés die niet verkocht worden, gaan uit het spel
- Om de beurt, elke speler in deze volgorde:
- · aandelen verkopen (niet van 2-aandelenmaatschappijen)
- · één aandeel short gaan
- · één aandeel kopen of een maatschappij oprichten
- Of handelen voor een maatschappij: leningen en aandelen terugkopen
- Aan het eind: 100% bij spelers stijgt; elk aandeel in de markt zakt
- De rente wordt vastgesteld; postcontracten betalen uit
- Elke maatschappij, van hoogste naar laagste koers:
- 1. Tot 2 tegels (de 2e $20; max. 1 upgrade)
- 2. Eén station, als ze er een over heeft
- 3. Treinen: steden, mijnen en buitengebieden
- 4. Uitkeren, half uitkeren of inhouden
- 5. Treinen kopen
- 6. Rente betalen en leningen aflossen
- Aan het eind exporteert de bank de volgende trein
- Na elke operating round
- Omzetten (2→5, 5→10 aandelen) of fuseren
- Maatschappijen in de rode zone liquideren
- Die in de grijze zone kopen (vanaf $10)
- Maatschappijen te koop zetten voor andere maatschappijen
- De eerste 8-trein wordt gekocht of geëxporteerd
- Daarna nog 3 operating rounds
- Vermogen = geld + aandelen − shortposities, tegen de dan geldende koers
- Bezit van maatschappijen en privés telt niet mee
- Gaan alle spelers op één na failliet, dan wint wie overblijft
Onderdelen
- Geld
- Aandelen: hooguit 6 van 10, 3 van 5 of 2 van 2
- Shortposities: een schuld die het dividend betaalt
- Aansprakelijk voor de schulden van hun maatschappijen
- Met 2, 5 of 10 aandelen, zonder vaste thuisstad
- De directeur wint de openingsveiling
- Kas, treinen, stations
- Leningen: evenveel als aandelen; elke lening drukt de koers
- Onbeperkte bank
- Bank of New York: leningen en rente
- Open markt en aandelen om short te gaan
- Nieuwe treinen
- Kolenmijnen, bruggen, ingenieurs, post…
- Sluiten nooit en kunnen niet doorverkocht worden
- Dienen om de oprichting van een maatschappij mee te betalen
Waar het geld heen gaat
- Spelers Maatschappijen Het winnende bod bij oprichting (in geld of privés) en aandelen gekocht uit de kas
- Spelers Bank en beurs Kopen uit de open markt, privés en het dividend op elk short aandeel
- Bank en beurs Spelers Dividend, verkopen en shortverkopen
- Bank en beurs Maatschappijen Leningen van $100, ingehouden opbrengst, postcontracten
- Maatschappijen Bank en beurs Treinen, terrein, rente, leningen aflossen, stations
- Maatschappijen Maatschappijen Een andere maatschappij kopen of treinen van een andere
- Spelers Maatschappijen Geld van de directeur om een trein te kopen: bestaat niet
Fasen
- Geen maatschappij hoeft een trein te hebben, maar eindigt ze haar beurt zonder, dan wordt ze geliquideerd.
- De rente hangt elke operating round af van het aantal uitstaande leningen: hoe meer schuld op tafel, hoe duurder voor iedereen.
Een ronde stap voor stap
Illustratief voorbeeld, gebaseerd op dat uit de strategiegids in de spelregels (paragraaf 11.1.3): 4 spelers met elk $315. We volgen [S1] en de 2-aandelenmaatschappij die hij in Indianapolis opricht, de [WT], door de eerste stock round en de twee operating rounds daarna.
-
Openingsveiling Een privé met hulp Fase 2
De privés worden geveild met $200 seed money op tafel. [S1] opent de Minor Coal Mine (waarde $30) met een bod van $10 en niemand biedt meer. Hij betaalt $10 en het seed money legt de ontbrekende $20 bij.
Bod plus seed money moet de waarde van de privé halen, en geen bod mag die overschrijden.
- Geld [S1]
- $305
- Kas [WT]
- —
- Koers [WT]
- —
- Leningen [WT]
- —
- Treinen [WT]
- —
-
Stock round 1 De [WT] oprichten Fase 2
In zijn beurt richt [S1] de [WT] op: hij zet zijn station in Indianapolis en opent de veiling voor het directeurscertificaat op $100. [S3] biedt $110, [S1] $120 en [S3] past. De koers is de helft van het bod: $60.
De veiling loopt van $100 tot $400. De winnaar kiest de grootte die de fase toelaat: nu bestaan alleen 2-aandelenmaatschappijen.
- Geld [S1]
- $185
- Kas [WT]
- $120
- Koers [WT]
- $60
- Leningen [WT]
- 0
- Treinen [WT]
- —
-
Stock round 1 De hele maatschappij is van hem Fase 2
De $120 gaat volledig naar de kas. Bij een 2-aandelenmaatschappij is het directeurscertificaat de hele maatschappij: [S1] krijgt al het dividend, maar kan haar niet op de markt verkopen.
De Minor Coal Mine houdt hij: later kan hij die tegen haar waarde inzetten om een deel van een andere oprichting te betalen.
- Geld [S1]
- $185
- Kas [WT]
- $120
- Koers [WT]
- $60
- Leningen [WT]
- 0
- Treinen [WT]
- —
-
Stock round 1 Iedereen past Fase 2
De ronde eindigt als iedereen achter elkaar past. Dan worden de koersen bijgesteld: maatschappijen met 5 of 10 aandelen stijgen een vakje als ze helemaal verkocht zijn en zakken een vakje per aandeel in de markt. De [WT], met 2 aandelen, blijft staan.
- Geld [S1]
- $185
- Kas [WT]
- $120
- Koers [WT]
- $60
- Leningen [WT]
- 0
- Treinen [WT]
- —
-
Operating round 1.1 Rente op $5 Fase 2
Voor er geopereerd wordt, ligt de rente vast. Nog niemand heeft geleend: $5 per lening voor de hele ronde. De maatschappijen opereren van hoogste naar laagste koers.
- Geld [S1]
- $185
- Kas [WT]
- $120
- Koers [WT]
- $60
- Leningen [WT]
- 0
- Treinen [WT]
- —
-
Operating round 1.1 Twee tegels Fase 2
De [WT] legt de gele stad Indianapolis met uitgangen naar het noordwesten en noordoosten. Ze betaalt $20 voor een tweede tegel, een recht stuk van het noordwesten van Indianapolis naar Chicago.
Nooit meer dan twee spooracties per beurt, en maar één daarvan mag een upgrade zijn.
- Geld [S1]
- $185
- Kas [WT]
- $100
- Koers [WT]
- $60
- Leningen [WT]
- 0
- Treinen [WT]
- —
-
Operating round 1.1 Geen treinen, koers zakt Fase 2
Ze heeft nog geen treinen: ze rijdt niet en keert niets uit. De koers zakt een vakje, van $60 naar $55.
- Geld [S1]
- $185
- Kas [WT]
- $100
- Koers [WT]
- $55
- Leningen [WT]
- 0
- Treinen [WT]
- —
-
Operating round 1.1 Twee leningen Fase 2
Ze neemt de 2 leningen die een 2-aandelenmaatschappij mag hebben: er komt $200 binnen en de koers zakt per lening een vakje, tot $45.
De directeur staat persoonlijk garant voor de schuld van de maatschappij.
- Geld [S1]
- $185
- Kas [WT]
- $300
- Koers [WT]
- $45
- Leningen [WT]
- 2
- Treinen [WT]
- —
-
Operating round 1.1 Twee 2-treinen Fase 2
Ze koopt twee 2-treinen van de bank voor $100 per stuk. 2-treinen worden alleen in deze eerste operating round verkocht, en ze leveren veel op.
- Geld [S1]
- $185
- Kas [WT]
- $100
- Koers [WT]
- $45
- Leningen [WT]
- 2
- Treinen [WT]
- 2 + 2
-
Operating round 1.1 Rente betalen Fase 2
Ze betaalt $5 per lening: $10. De beurt eindigt met $90 in kas. Aan het eind van de ronde exporteert de bank een 2-trein: de onverkochte gaan uit het spel en de 2+-treinen komen beschikbaar.
Kon ze zelfs met extra leningen niet betalen, dan werd de maatschappij geliquideerd en betaalde de directeur uit eigen zak.
- Geld [S1]
- $185
- Kas [WT]
- $90
- Koers [WT]
- $45
- Leningen [WT]
- 2
- Treinen [WT]
- 2 + 2
-
Fusies en overnames 1.1 Geen fusie, geen verkoop Fase 2
In de fusieronde kan [S1] de [WT] omzetten naar een maatschappij met 5 aandelen of haar laten fuseren met een andere van 2. Hij doet het niet. Omdat ze op $45 staat, in de witte zone, kan niemand haar tegen zijn wil kopen.
Was ze in de grijze zone beland, dan kon elke andere maatschappij haar kopen voor maar $10, schulden inbegrepen.
- Geld [S1]
- $185
- Kas [WT]
- $90
- Koers [WT]
- $45
- Leningen [WT]
- 2
- Treinen [WT]
- 2 + 2
-
Operating round 1.2 De rente stijgt Fase 2
Door alle leningen op tafel komt de rente deze ronde op $15. De [WT] betaalt $20 voor twee bochten die de noordoostuitgang van Indianapolis verbinden met het oosten van Chicago.
- Geld [S1]
- $185
- Kas [WT]
- $70
- Koers [WT]
- $45
- Leningen [WT]
- 2
- Treinen [WT]
- 2 + 2
-
Operating round 1.2 Twee wegen naar Chicago Fase 2
Elke 2-trein rijdt Indianapolis–Chicago over een ander spoor: $50 per trein, $100 in totaal. De [WT] houdt alles in en de koers zakt naar $40.
Twee treinen mogen dezelfde steden aandoen, maar geen stuk spoor delen. Daarom waren twee verbindingen nodig.
- Geld [S1]
- $185
- Kas [WT]
- $170
- Koers [WT]
- $40
- Leningen [WT]
- 2
- Treinen [WT]
- 2 + 2
-
Operating round 1.2 Een 2+-trein Fase 2
Ze koopt een 2+-trein voor $100. De limiet in deze fase is 4 treinen. De 2+ overleeft één rit langer dan de 2-treinen als de 4-treinen komen.
- Geld [S1]
- $185
- Kas [WT]
- $70
- Koers [WT]
- $40
- Leningen [WT]
- 2
- Treinen [WT]
- 2 + 2 + 2+
-
Operating round 1.2 Duurdere rente Fase 2
Nu kosten de 2 leningen $15 per stuk: $30. De [WT] eindigt met $40 in kas en op $40, het laatste witte vakje voor de grijze zone.
Met een rente onder $20 loont het meestal om te lenen voor meer treinen.
- Geld [S1]
- $185
- Kas [WT]
- $40
- Koers [WT]
- $40
- Leningen [WT]
- 2
- Treinen [WT]
- 2 + 2 + 2+
-
Op naar stock round 2 En nu? Fase 2
Het plan uit de gids: zodra er groen is, Indianapolis upgraden, doortrekken naar Saint Louis, $220 inhouden en de twee leningen aflossen (elke aflossing laat de koers een vakje stijgen). Daarna alles uitkeren voordat de 2-treinen roesten bij de eerste 4-trein.
- Geld [S1]
- $185
- Kas [WT]
- $40
- Koers [WT]
- $40
- Leningen [WT]
- 2
- Treinen [WT]
- 2 + 2 + 2+
1817 — Samenvatting
Type kapitalisatie
- Incrementele kapitalisatie: de maatschappij ontvangt de parprijs telkens wanneer een van haar aandelen daadwerkelijk wordt verkocht, in plaats van bij het floaten in één keer al haar kapitaal te krijgen.
Floaten en aandelenlimieten per speler
- Float bij 20% verkochte aandelen (één drempel voor alle maatschappijen)
- Geen enkele speler mag meer dan 100% van één maatschappij bezitten (de klassieke limiet van 60% geldt niet)
- Certificaatlimiet per speler: 3 spelers — 21; 4 spelers — 16; 5 spelers — 13; 6 spelers — 11; 7 spelers — 9; 8 spelers — 8; 9 spelers — 7; 10 spelers — 6; 11 spelers — 6; 12 spelers — 5
Startgeld per aantal spelers
- 3 spelers: $420 startgeld
- 4 spelers: $315 startgeld
- 5 spelers: $252 startgeld
- 6 spelers: $210 startgeld
- 7 spelers: $180 startgeld
- 8 spelers: $158 startgeld
- 9 spelers: $140 startgeld
- 10 spelers: $126 startgeld
- 11 spelers: $115 startgeld
- 12 spelers: $105 startgeld
- De bank is vrijwel onbeperkt (geen vaste omvang): het einde van het spel hangt nooit af van het opraken van de bank
Einde van het spel (end game triggers)
- De laatste fase wordt bereikt (fase 8, die begint bij de aankoop van de eerste 8-trein): er wordt nog één volledige extra reeks operating rounds gespeeld en dan eindigt het spel
- Faillissement van een speler: het spel eindigt onmiddellijk, maar alleen als alle spelers op één na failliet zijn gegaan (niet bij het eerste individuele faillissement)
Aantal fasen
- 8 fasen (2, 2+, 3, 4, 5, 6, 7, 8), die beginnen bij de aankoop van de eerste trein van elk type
- De fasen bepalen ook de maximaal toegestane omvang van een maatschappij: 2 aandelen in fase 2/2+, 2 of 5 in fase 3, 5 in fase 4, 5 of 10 in fase 5, en 10 vanaf fase 6
Treinen en prijzen
- 2-trein — $100 (40 stuks; roest bij de eerste 4-trein)
- 2+-trein — $100 (4 stuks; raakt verouderd bij de eerste 4-trein, maar wordt niet verwijderd)
- 3-trein — $250 (12 stuks; roest bij de eerste 6-trein)
- 4-trein — $400 (8 stuks; roest bij de eerste 8-trein)
- 5-trein — $600 (5 stuks; roest nooit)
- 6-trein — $750 (4 stuks; roest nooit)
- 7-trein — $900 (3 stuks; roest nooit)
- 8-trein — $1.100 (onbeperkt; de aankoop ervan start de laatste fase van het spel)
Privémaatschappijen
- P1 - Minor Coal Mine — $30 — één mijnmarker; maakt het mogelijk een gele "kolenmijn"-tegel te leggen zonder bergkosten en met $10 bonus voor de route
- P2 - Ohio Bridge Company — $40 — één brugmarker ($10) in Louisville, Cincinnati of Charleston; bespaart de riviertoeslag van $10 bij het leggen van gele tegels
- P3 - Mountain Engineers — $40 — de eigenaarsmaatschappij ontvangt $20 wanneer ze een gele tegel op een berg legt
- P4 - Pittsburgh Steel Mill — $40 — mag een speciale gele tegel in Pittsburgh (F13) leggen zonder dat daar een verbinding naartoe nodig is
- P5 - Coal Mine — $60 — twee mijnmarkers (zelfde vaardigheid als P1)
- P6 - Minor Mail Contract — $60 — betaalt $10 aan het begin van elke operating round zolang de maatschappij een trein heeft
- P7 - Train Station — $80 — extra station voor de eigenaarsmaatschappij
- P8 - Union Bridge Company — $80 — twee brugmarkers (elk $10)
- P9 - Mail Contract — $90 — betaalt $15 aan het begin van elke operating round
- P10 - Major Coal Mine — $90 — drie mijnmarkers
- P11 - Major Mail Contract — $120 — betaalt $20 aan het begin van elke operating round
Maatschappijen
- 20 maatschappijen, allemaal in hetzelfde formaat (float bij 20%, 100% van het kapitaal verdeelbaar in aandelen die later van 2 naar 5 en van 5 naar 10 aandelen kunnen worden omgezet), zonder vaste thuisbasis: elke maatschappij kiest haar beginstad op het moment van oprichting
- Alton & Southern Railway (A&S), Arcade and Attica (A&A), Belt Railway of Chicago (Belt), Bessemer and Lake Erie Railroad (Bess), Boston and Albany Railroad (B&A), Delaware, Lackawanna and Western Railroad (DL&W), Elgin, Joliet and Eastern Railway (J), Grand Trunk Western Railroad (GT), Housatonic Railroad (H), Morristown and Erie Railway (ME), New York, Ontario and Western Railway (NYOW), New York, Susquehanna and Western Railway (NYSW), Pittsburgh, Shawmut and Northern Railroad (PSNR), Pittsburgh and Lake Erie Railroad (PLE), Providence and Worcester Railroad (PW), Rutland Railroad (R), Strasburg Railroad (SR), Union Railroad (UR), Warren & Trumbull Railroad (WT), West Chester Railroad (WC)
Specifieke mechanismen
- Bedrijfsleningen met een rente die varieert met de totale uitstaande schuld (tot 2 leningen per "minor", tot 5 per grote maatschappij)
- Short gaan (short selling): je kunt aandelen verkopen die je niet bezit
- Aparte rondes voor fusies en overnames (vriendelijk of vijandig) tussen opererende maatschappijen
- "Minor"-maatschappijen van 2 aandelen die na verloop van tijd uitgroeien tot maatschappijen van 5 en daarna van 10 aandelen
- Privémaatschappijen sluiten nooit: ze blijven het hele spel inkomsten opleveren
- Beginveiling van privémaatschappijen met "seed money" ($200) en biedingen die een veelvoud van een vaste stap moeten zijn
- Een speler die zijn eigen persoonlijke schulden niet kan dekken, kan uit het spel worden geëlimineerd
Noodverkoop (emergency sell)
Er is geen enkele noodverkoop voor treinen: geen maatschappij is ooit verplicht er een te hebben, en de president mag nooit privégeld bijleggen om er een te kopen. Een maatschappij die haar operating-beurt zonder trein afsluit, wordt gewoon geliquideerd. 1817 kent wel een ander mechanisme van gedwongen verkoop van persoonlijke aandelen, de "Cash Crisis", maar dat treedt alleen in werking bij onbetaalde rente op leningen, de openstaande leningen van een geëlimineerde maatschappij, of een onbetaalde verplichting uit een shortpositie — nooit voor treinen. In een Cash Crisis verkoopt de speler aandelen van elke maatschappij die hij bezit (één voor één, tegen de marktprijs) totdat de schuld is voldaan of hij zelf failliet gaat; het presidentscertificaat kan op deze manier nooit naar de markt worden gedwongen.
Vergelijking met 1830
1. Setting, kaart en aantal spelers
1830 beslaat het noordoosten van de VS voor 2-6 spelers. 1817 heeft een veel grotere kaart die vrijwel het hele
grondgebied van de Verenigde Staten beslaat (of Canada, in de variant 1817NL), en is bedoeld voor grote groepen,
meestal 5 tot 7 spelers. Partijen duren meestal veel langer dan bij 1830, vaak 6 tot 12 uur of meer.
2. "Minor"-maatschappijen van 2 aandelen die kunnen fuseren
In 1830 beginnen alle maatschappijen met 10 aandelen. In 1817 zijn er "minor"-maatschappijen van slechts 2
aandelen, kleiner en goedkoper om op te richten, die na verloop van tijd kunnen fuseren of worden omgezet in
maatschappijen van 5 aandelen, en die later weer in maatschappijen van 10 aandelen. Deze trapsgewijze groei
bestaat in 1830 niet.
3. Leningen en rente: bedrijfsschuld
Een mechanisme dat in 1830 volledig ontbreekt: de maatschappijen in 1817 kunnen leningen afsluiten om tegels,
stations of treinen te betalen. Hoe meer leningen er in het spel uitstaan, hoe hoger de algemene rente, wat
ieders schuld duurder maakt. Leningen moeten worden terugbetaald en kosten elke operating round rente.
4. Short gaan (short selling)
In 1817 kun je aandelen verkopen die je niet bezit, in de verwachting dat de koers daalt zodat je ze later
goedkoper kunt terugkopen. Als de koers stijgt in plaats van daalt, verliest wie short is gegaan geld en blijft
hij verantwoordelijk voor de dividenden die in de tussentijd worden uitgekeerd. In 1830 kun je alleen verkopen
wat je echt bezit.
5. Fusies, vijandige overnames en liquidaties
1817 heeft aparte rondes voor fusies en overnames tussen opererende maatschappijen. Als twee fuserende
maatschappijen dezelfde president hebben, is het een vriendelijke fusie; zo niet, dan is het een vijandige
overname en kan de "aanvallende" president de controle overnemen zonder instemming van de tegenstander. Niets
hiervan bestaat in 1830, waar maatschappijen niet kunnen fuseren of elkaar overnemen.
6. Andere rondestructuur: SR + OR + fusies + OR + fusies
In 1830 is de cyclus eenvoudig: een stock round gevolgd door een of meer operating rounds. In 1817 is elke
volledige cyclus: stock round → operating round → fusie- en overnameronde → operating round → nog een
fusie- en overnameronde, en dan begint alles opnieuw. Dat betekent bijna twee keer zoveel structurele
beslissingen per cyclus als in 1830.
7. Persoonlijke gevolgen van faillissement
Door short gaan en leningen kan een speler in 1817 zijn eigen schulden (niet alleen die van een maatschappij)
niet meer kunnen dekken en uit het spel worden geëlimineerd. In 1830 treft een faillissement een maatschappij,
maar wordt een speler niet op dezelfde manier direct uit het spel gezet.
Verwante spellen
Uitbreidingen en varianten
Een term die je niet kent? Ze staan allemaal uitgelegd in de 18xx-woordenlijst. Woordenlijst →