18EU: Railroading in Europe From the 1830s to the 1930s
Ontwerper: David Hecht
Heel Europa op één kaart: kleine maatschappijen die fuseren tot grote spoorwegmaatschappijen, en een veiling van privates met biedvakken tegen vaste prijzen.
18EU — Samenvatting
Type kapitalisatie
- Incrementele kapitalisatie: de maatschappij ontvangt de Startwaarde telkens wanneer een van haar aandelen daadwerkelijk wordt verkocht, zowel bij de oprichting als bij latere uitgiftes.
Floaten en aandelenlimieten per speler
- Floatet met 50% van de aandelen verkocht (één drempel voor alle grote maatschappijen)
- Geen enkele speler mag meer dan 60% (standaarddrempel) van dezelfde maatschappij bezitten, zonder uitzonderingen
- Certificaatlimiet per speler: 2 spelers — 28; 3 spelers — 20; 4 spelers — 16; 5 spelers — 13; 6 spelers — 11
Startgeld per aantal spelers
- 2 spelers: £750 startgeld
- 3 spelers: £450 startgeld
- 4 spelers: £350 startgeld
- 5 spelers: £300 startgeld
- 6 spelers: £250 startgeld
- De bank begint altijd met £12.000, ongeacht het aantal spelers
Einde van het spel (end game triggers)
- De bank raakt leeg: de lopende volledige set operating rounds wordt nog afgemaakt
- Een president kan een verplichte betaling niet dekken, zelfs niet door alle toegestane aandelen te verkopen: hij gaat failliet en wordt uit het spel geëlimineerd (het spel eindigt in zijn geheel onmiddellijk als er nog maar één solvabele speler over is)
Aantal fasen
- 6 fasen (2, 3, 4, 5, 6, 8), geactiveerd door de aankoop van de eerste trein van elk type
- De treinlimiet van de Kleine Maatschappijen daalt vanaf fase 4 van 2 naar 1
- Fase 5 maakt de vrije oprichting van maatschappijen mogelijk ("normal_formation") en start de laatste ruilronde van Kleine Maatschappijen; fase 8 maakt de grijze tegels vrij
Treinen en prijzen
- 2-trein — £100 (15 stuks; roest bij de eerste 4-trein)
- 3-trein — £200 (5 stuks; roest bij de eerste 6-trein)
- Pullman (P) — £100 (5 stuks, beschikbaar vanaf fase 3) — telt niet als normale trein en neemt geen plaats in binnen de treinlimiet; verdubbelt het inkomen van een gekozen halte wanneer hij samen met een al bezeten normale trein rijdt; hoogstens één per maatschappij
- 4-trein — £300 (4 stuks; roest bij de eerste 8-trein)
- 5-trein — £500 (3 stuks; bij aankoop start de laatste ruilronde van Kleine Maatschappijen)
- 6-trein — £600 (2 stuks)
- 8-trein — £800 (onbeperkt)
Privémaatschappijen
- 18EU heeft geen klassieke privémaatschappijen: in plaats daarvan zijn er 15 Kleine Maatschappijen, elk met een eigen 2-trein, die altijd een half dividend uitkeren en die een speler kan laten fuseren in ruil voor een aandeel van een van de 8 grote maatschappijen. Ze worden geveild vanaf £100 (verhogingen van £5); als iedereen afziet, worden ze aangeboden tegen een dalende vaste prijs, tot ze gratis zijn.
- 1. Chemin de Fer du Nord — A10
- 2. État Belge — C8
- 3. Paris-Lyon-Méditerranée — A10
- 4. Leipzig-Dresdner-Bahn — J7
- 5. Ferrovia Adriatica — H19
- 6. Kaiser-Ferdinand-Nordbahn — K14
- 7. Berlin-Potsdamer-Bahn — J5
- 8. Ungarische Staatsbahn — M16
- 9. Berlin-Stettiner-Bahn — J5
- 10. Strade Ferrate Alta Italia — E18
- 11. Südbahn — K14
- 12. Hollandsche Maatschappij — D3
- 13. Ludwigsbahn — G12
- 14. Ligne Strasbourg-Bâle — D13
- 15. Grand Central — B17
Maatschappijen
- Belgian National Railways (BNR)
- Dutch Railways (DR)
- Italian State Railways (FS)
- Royal Bavarian State Railroad (RBSR)
- Royal Prussian Railway (RPR)
- Austrian Imperial Royal State (AIRS)
- SNCF
- German State Railways (GSR)
- Geen enkele heeft een vaste thuisbasis op de kaart: ze ontstaan door de positie van een gefuseerde Kleine Maatschappij over te nemen (vóór fase 5) of door vrij een open stad te kiezen (vanaf fase 5)
Specifieke mechanismen
- Oprichting door fusie: de grote maatschappijen worden opgebouwd door eigen Kleine Maatschappijen op te slokken, die voorgoed verdwijnen in ruil voor één enkel aandeel
- Floaten bij 50% van de aandelen verkocht, met de Startwaarde gekozen uit vijf vaste vakken van de beurs (70, 75, 82, 90 of 100)
- De president betaalt het dubbele van de Startwaarde aan de kas van de maatschappij (niet aan de bank); de maatschappij besteedt daarvan meteen £100 aan vier extra stationsfiches
- Bonus "rood naar rood": routes die twee rode zones (buiten de kaart) verbinden, krijgen een extra bedrag per eigen station op de route, dat met de fase stijgt
- Operatievolgorde op twee niveaus: eerst alle Kleine Maatschappijen (op vast nummer van 1 tot 15), daarna de maatschappijen op aandelenkoers
- Persoonlijk faillissement elimineert de speler uit het spel; zijn maatschappijen gaan over naar een andere aandeelhouder met minstens twee aandelen, of sluiten zonder compensatie
Noodverkoop (emergency sell)
Voor de volwaardige maatschappijen komt dit grotendeels overeen met de referentieversie van 1830 —de kas, daarna het eigen geld van de president, en daarna een gedwongen verkoop van zijn aandelen—, maar de minors, de kleinere beginmaatschappijen van het spel, worden daar nooit toe gedwongen. Wat het eenvoudige faillissement van 1830 vervangt, is hier ook uitgebreider: als een speler echt niet genoeg geld bijeen kan krijgen, worden zijn resterende aandelen in de pool gedumpt, en elke maatschappij die zonder president komt te zitten, wordt gefinancierd met het eigen geld dat de vroegere president nog heeft of, als dat niet mogelijk is, volledig gereset, waarbij haar treinen naar de pool teruggaan en de maatschappij van nul af aan opnieuw wordt geopend. Elke minor die uitsluitend eigendom is van de failliete speler, sluit meteen.
Vergelijking met 1830
1. Setting, kaart en aantal spelers
1830 beslaat het noordoosten van de VS voor 2-6 spelers. 18EU strekt zich uit over vrijwel heel continentaal
Europa -van Frankrijk tot Oostenrijk en Polen, en van Noord-Duitsland tot Midden-Italië, met de Alpen
weergegeven als berghexen met hoge bouwkosten- eveneens voor 2-6 spelers. Het geldt als een van de grote
"instapspellen" van het genre, juist omdat het de structuur van 1830 behoudt met enkele zeer invloedrijke nieuwe
ideeën.
2. Geen klassieke privémaatschappijen: Kleine Maatschappijen in plaats daarvan
In 1830 begint het spel met zes privémaatschappijen die een passief inkomen geven en soms een kleine speciale
kracht. 18EU heeft er geen: in plaats daarvan zijn er 15 Kleine Maatschappijen met historische namen, elk in bezit
van één speler, die beginnen met een eigen 2-trein en altijd een half dividend uitkeren -het zijn opererende
maatschappijen in miniatuur, geen simpele passieve privémaatschappijen. Ze worden geveild met een mechanisme dat
sterk lijkt op dat van de privémaatschappijen in 1830.
3. De grote maatschappijen worden opgebouwd door er Kleine Maatschappijen in te laten fuseren
In 1830 wordt een maatschappij eenvoudig opgericht door met geld het presidentscertificaat te kopen. In 18EU kan
een speler vóór fase 5 een van de 8 grote nationale maatschappijen alleen oprichten door er een of meer van zijn
eigen Kleine Maatschappijen in te laten fuseren: hij ruilt de bezittingen in voor één enkel aandeel van de nieuwe
maatschappij en de Kleine verdwijnt voorgoed. Dit mechanisme van "opklimmen" van klein naar groot is het
kernidee van het spel en heeft geen enkel equivalent in 1830.
4. Floaten bij 50% en een vast menu van startwaarden
In 1830 floaten maatschappijen wanneer 60% verkocht is, en wie ze opricht kiest de nominale waarde uit een ruime
prijstabel. In 18EU komt het floaten al met slechts 50% van de aandelen in handen van spelers, en kan de
oprichtende president de Startwaarde alleen kiezen uit vijf vaste vakken die op de beurs zijn gemarkeerd.
5. Faillissement elimineert de speler, niet alleen de maatschappij
In 1830 legt een president zonder middelen eigen geld bij en als dat nog niet genoeg is, wordt de maatschappij
geliquideerd. In 18EU gaat de president, als hij na het verkopen van alle aandelen die hij wettelijk mag verkopen
het geld nog steeds niet bijeen kan krijgen, failliet en wordt hij meteen uit het spel geëlimineerd; zijn
maatschappijen gaan over naar de volgende aandeelhouder met minstens twee aandelen, of sluiten zonder enige
compensatie als die er niet is.
6. De operatievolgorde is verdeeld over twee niveaus
In 1830 opereren alle maatschappijen strikt in volgorde van aandelenkoers. In 18EU opereren eerst alle Kleine
Maatschappijen, in een vaste volgorde genummerd van 1 tot 15, en pas daarna de grote gefloate maatschappijen, in
aflopende volgorde van aandelenkoers -een operatievolgorde op twee niveaus die in 1830 niet bestaat.
Een term die je niet kent? Ze staan allemaal uitgelegd in de 18xx-woordenlijst. Woordenlijst →