← Alle spellen

1849: Kingdom of the Two Sicilies

Ontwerper: Scott Petersen

1849 van Federico Vellani verder naar het zuiden gebracht, naar het voormalige Koninkrijk der Beide Siciliën, in een herziening door Scott Petersen.

1849: Kingdom of the Two Sicilies — Samenvatting


Type kapitalisatie


Floaten en aandelenlimieten per speler


Startgeld per aantal spelers


Einde van het spel (end game triggers)


Aantal fasen


Treinen en prijzen


Privémaatschappijen


Maatschappijen


Specifieke mechanismen


Noodverkoop (emergency sell)

Identiek aan 1849: eerst de schatkist, daarna het eigen geld van de directeur, en daarna een gedwongen verkoop van de eigen aandelen van de directeur — inclusief dezelfde beperking dat een maatschappij haar eigen aandelen niet mag verkopen om zichzelf te financieren voordat ze al eens heeft geopereerd. 1849Boot verandert alleen de kaart, de beurskoers en de treinen, niet dit mechanisme.

Vergelijking met 1830

1. Setting, kaart en aantal spelers
1830 speelt zich af in het noordoosten van de VS, voor 2-6 spelers. Deze editie "Kingdom of the Two Sicilies" (gebaseerd op het originele 1849 over Sicilië) verplaatst de actie naar het vasteland, naar het voormalige Koninkrijk der Beide Siciliën (het zuiden van Italië, van Napels naar beneden), voor 4-6 spelers, met 8 opererende maatschappijen in plaats van de 6 uit het originele basisspel.

2. Geen vrij te kiezen nominale waarde: de startprijs komt uit een vast menu
In 1830 kiest wie een maatschappij opricht de nominale waarde (par) uit een ruime prijstabel, en de aandelen worden daarna verhandeld ten opzichte van die waarde. Hier bestaat geen nominale waarde in de zin van 1830: alle transacties gebeuren altijd tegen de actuele beurskoers, en de directeur kan de startwaarde alleen kiezen uit een zeer beperkt menu van vaste bedragen.

3. Willekeurige en verplichte oprichtingsvolgorde
In 1830 kiest elke speler vrij welke maatschappij hij opricht en wanneer. Hier worden aan het begin van het spel willekeurig positiekaarten uitgedeeld die de exacte volgorde bepalen waarin de directeurscertificaten beschikbaar komen; een speler die een maatschappij wil oprichten kan er geen kiezen: hij neemt altijd de volgende beschikbare volgens die vooraf bepaalde volgorde.

4. Dubbele spoorbreedte
Iets wat in 1830 niet bestaat: de kaart heeft tegelijk normaalspoor en smalspoor, met verschillende bouwkosten voor elk. De meeste treinen kunnen maar over één van beide spoorbreedtes rijden; alleen de speciale R6H-trein kan beide netwerken gebruiken, al telt hij de hexen met normaalspoor dubbel.

5. Faillissement van een maatschappij: definitieve sluiting zonder compensatie
In 1830 legt de directeur, als een maatschappij een verplichte trein niet kan betalen, eigen geld bij en wordt de maatschappij in het uiterste geval geliquideerd, maar blijft ze met haar aandelen bestaan. Hier wordt de maatschappij, als er nadat de directeur zijn eigen zak heeft leeggemaakt nog steeds geld tekort is voor een trein, volledig gesloten: al haar stations en privémaatschappijen worden verwijderd, en de aandeelhouders krijgen geen enkele compensatie.

6. Persoonlijke ondergang van de directeur
Als de directeur hier een noodbetaling ook niet met zijn eigen geld kan dekken, kan hij een lening van L.500 bij de bank aanvragen om verder te spelen, maar dan wordt er L.750 van zijn eindvermogen afgetrokken. In 1830 bestaat er geen vergelijkbaar mechanisme voor individuele persoonlijke schuld.

7. Een aardbeving aangepast aan de nieuwe kaart
Het basisspel (1849 op Sicilië) heeft een aardbeving die Messina verzwakt bij de aankoop van de eerste 12H-trein. In deze editie treft de overeenkomstige gebeurtenis Avezzano: de speciale tegel van die hex verdwijnt voorgoed en legt een zwakker voorgedrukt dorp bloot, zonder verbinding met Rome — een thematisch mechanisme zonder enige tegenhanger in 1830.

Een term die je niet kent? Ze staan allemaal uitgelegd in de 18xx-woordenlijst. Woordenlijst →