1817
Ontwerper: Craig Bartell, Tim Flowers
Een agressieve, zwaar financiële 18xx voor grote groepen, met leningen, short gaan en vijandige fusies tussen maatschappijen.
1817 — Samenvatting
Type kapitalisatie
- Incrementele kapitalisatie: de maatschappij ontvangt de parprijs telkens wanneer een van haar aandelen daadwerkelijk wordt verkocht, in plaats van bij het floaten in één keer al haar kapitaal te krijgen.
Floaten en aandelenlimieten per speler
- Float bij 20% verkochte aandelen (één drempel voor alle maatschappijen)
- Geen enkele speler mag meer dan 100% van één maatschappij bezitten (de klassieke limiet van 60% geldt niet)
- Certificaatlimiet per speler: 3 spelers — 21; 4 spelers — 16; 5 spelers — 13; 6 spelers — 11; 7 spelers — 9; 8 spelers — 8; 9 spelers — 7; 10 spelers — 6; 11 spelers — 6; 12 spelers — 5
Startgeld per aantal spelers
- 3 spelers: $420 startgeld
- 4 spelers: $315 startgeld
- 5 spelers: $252 startgeld
- 6 spelers: $210 startgeld
- 7 spelers: $180 startgeld
- 8 spelers: $158 startgeld
- 9 spelers: $140 startgeld
- 10 spelers: $126 startgeld
- 11 spelers: $115 startgeld
- 12 spelers: $105 startgeld
- De bank is vrijwel onbeperkt (geen vaste omvang): het einde van het spel hangt nooit af van het opraken van de bank
Einde van het spel (end game triggers)
- De laatste fase wordt bereikt (fase 8, die begint bij de aankoop van de eerste 8-trein): er wordt nog één volledige extra reeks operating rounds gespeeld en dan eindigt het spel
- Faillissement van een speler: het spel eindigt onmiddellijk, maar alleen als alle spelers op één na failliet zijn gegaan (niet bij het eerste individuele faillissement)
Aantal fasen
- 8 fasen (2, 2+, 3, 4, 5, 6, 7, 8), die beginnen bij de aankoop van de eerste trein van elk type
- De fasen bepalen ook de maximaal toegestane omvang van een maatschappij: 2 aandelen in fase 2/2+, 2 of 5 in fase 3, 5 in fase 4, 5 of 10 in fase 5, en 10 vanaf fase 6
Treinen en prijzen
- 2-trein — $100 (40 stuks; roest bij de eerste 4-trein)
- 2+-trein — $100 (4 stuks; raakt verouderd bij de eerste 4-trein, maar wordt niet verwijderd)
- 3-trein — $250 (12 stuks; roest bij de eerste 6-trein)
- 4-trein — $400 (8 stuks; roest bij de eerste 8-trein)
- 5-trein — $600 (5 stuks; roest nooit)
- 6-trein — $750 (4 stuks; roest nooit)
- 7-trein — $900 (3 stuks; roest nooit)
- 8-trein — $1.100 (onbeperkt; de aankoop ervan start de laatste fase van het spel)
Privémaatschappijen
- P1 - Minor Coal Mine — $30 — één mijnmarker; maakt het mogelijk een gele "kolenmijn"-tegel te leggen zonder bergkosten en met $10 bonus voor de route
- P2 - Ohio Bridge Company — $40 — één brugmarker ($10) in Louisville, Cincinnati of Charleston; bespaart de riviertoeslag van $10 bij het leggen van gele tegels
- P3 - Mountain Engineers — $40 — de eigenaarsmaatschappij ontvangt $20 wanneer ze een gele tegel op een berg legt
- P4 - Pittsburgh Steel Mill — $40 — mag een speciale gele tegel in Pittsburgh (F13) leggen zonder dat daar een verbinding naartoe nodig is
- P5 - Coal Mine — $60 — twee mijnmarkers (zelfde vaardigheid als P1)
- P6 - Minor Mail Contract — $60 — betaalt $10 aan het begin van elke operating round zolang de maatschappij een trein heeft
- P7 - Train Station — $80 — extra station voor de eigenaarsmaatschappij
- P8 - Union Bridge Company — $80 — twee brugmarkers (elk $10)
- P9 - Mail Contract — $90 — betaalt $15 aan het begin van elke operating round
- P10 - Major Coal Mine — $90 — drie mijnmarkers
- P11 - Major Mail Contract — $120 — betaalt $20 aan het begin van elke operating round
Maatschappijen
- 20 maatschappijen, allemaal in hetzelfde formaat (float bij 20%, 100% van het kapitaal verdeelbaar in aandelen die later van 2 naar 5 en van 5 naar 10 aandelen kunnen worden omgezet), zonder vaste thuisbasis: elke maatschappij kiest haar beginstad op het moment van oprichting
- Alton & Southern Railway (A&S), Arcade and Attica (A&A), Belt Railway of Chicago (Belt), Bessemer and Lake Erie Railroad (Bess), Boston and Albany Railroad (B&A), Delaware, Lackawanna and Western Railroad (DL&W), Elgin, Joliet and Eastern Railway (J), Grand Trunk Western Railroad (GT), Housatonic Railroad (H), Morristown and Erie Railway (ME), New York, Ontario and Western Railway (NYOW), New York, Susquehanna and Western Railway (NYSW), Pittsburgh, Shawmut and Northern Railroad (PSNR), Pittsburgh and Lake Erie Railroad (PLE), Providence and Worcester Railroad (PW), Rutland Railroad (R), Strasburg Railroad (SR), Union Railroad (UR), Warren & Trumbull Railroad (WT), West Chester Railroad (WC)
Specifieke mechanismen
- Bedrijfsleningen met een rente die varieert met de totale uitstaande schuld (tot 2 leningen per "minor", tot 5 per grote maatschappij)
- Short gaan (short selling): je kunt aandelen verkopen die je niet bezit
- Aparte rondes voor fusies en overnames (vriendelijk of vijandig) tussen opererende maatschappijen
- "Minor"-maatschappijen van 2 aandelen die na verloop van tijd uitgroeien tot maatschappijen van 5 en daarna van 10 aandelen
- Privémaatschappijen sluiten nooit: ze blijven het hele spel inkomsten opleveren
- Beginveiling van privémaatschappijen met "seed money" ($200) en biedingen die een veelvoud van een vaste stap moeten zijn
- Een speler die zijn eigen persoonlijke schulden niet kan dekken, kan uit het spel worden geëlimineerd
Noodverkoop (emergency sell)
Er is geen enkele noodverkoop voor treinen: geen maatschappij is ooit verplicht er een te hebben, en de president mag nooit privégeld bijleggen om er een te kopen. Een maatschappij die haar operating-beurt zonder trein afsluit, wordt gewoon geliquideerd. 1817 kent wel een ander mechanisme van gedwongen verkoop van persoonlijke aandelen, de "Cash Crisis", maar dat treedt alleen in werking bij onbetaalde rente op leningen, de openstaande leningen van een geëlimineerde maatschappij, of een onbetaalde verplichting uit een shortpositie — nooit voor treinen. In een Cash Crisis verkoopt de speler aandelen van elke maatschappij die hij bezit (één voor één, tegen de marktprijs) totdat de schuld is voldaan of hij zelf failliet gaat; het presidentscertificaat kan op deze manier nooit naar de markt worden gedwongen.
Vergelijking met 1830
1. Setting, kaart en aantal spelers
1830 beslaat het noordoosten van de VS voor 2-6 spelers. 1817 heeft een veel grotere kaart die vrijwel het hele
grondgebied van de Verenigde Staten beslaat (of Canada, in de variant 1817NL), en is bedoeld voor grote groepen,
meestal 5 tot 7 spelers. Partijen duren meestal veel langer dan bij 1830, vaak 6 tot 12 uur of meer.
2. "Minor"-maatschappijen van 2 aandelen die kunnen fuseren
In 1830 beginnen alle maatschappijen met 10 aandelen. In 1817 zijn er "minor"-maatschappijen van slechts 2
aandelen, kleiner en goedkoper om op te richten, die na verloop van tijd kunnen fuseren of worden omgezet in
maatschappijen van 5 aandelen, en die later weer in maatschappijen van 10 aandelen. Deze trapsgewijze groei
bestaat in 1830 niet.
3. Leningen en rente: bedrijfsschuld
Een mechanisme dat in 1830 volledig ontbreekt: de maatschappijen in 1817 kunnen leningen afsluiten om tegels,
stations of treinen te betalen. Hoe meer leningen er in het spel uitstaan, hoe hoger de algemene rente, wat
ieders schuld duurder maakt. Leningen moeten worden terugbetaald en kosten elke operating round rente.
4. Short gaan (short selling)
In 1817 kun je aandelen verkopen die je niet bezit, in de verwachting dat de koers daalt zodat je ze later
goedkoper kunt terugkopen. Als de koers stijgt in plaats van daalt, verliest wie short is gegaan geld en blijft
hij verantwoordelijk voor de dividenden die in de tussentijd worden uitgekeerd. In 1830 kun je alleen verkopen
wat je echt bezit.
5. Fusies, vijandige overnames en liquidaties
1817 heeft aparte rondes voor fusies en overnames tussen opererende maatschappijen. Als twee fuserende
maatschappijen dezelfde president hebben, is het een vriendelijke fusie; zo niet, dan is het een vijandige
overname en kan de "aanvallende" president de controle overnemen zonder instemming van de tegenstander. Niets
hiervan bestaat in 1830, waar maatschappijen niet kunnen fuseren of elkaar overnemen.
6. Andere rondestructuur: SR + OR + fusies + OR + fusies
In 1830 is de cyclus eenvoudig: een stock round gevolgd door een of meer operating rounds. In 1817 is elke
volledige cyclus: stock round → operating round → fusie- en overnameronde → operating round → nog een
fusie- en overnameronde, en dan begint alles opnieuw. Dat betekent bijna twee keer zoveel structurele
beslissingen per cyclus als in 1830.
7. Persoonlijke gevolgen van faillissement
Door short gaan en leningen kan een speler in 1817 zijn eigen schulden (niet alleen die van een maatschappij)
niet meer kunnen dekken en uit het spel worden geëlimineerd. In 1830 treft een faillissement een maatschappij,
maar wordt een speler niet op dezelfde manier direct uit het spel gezet.
Een term die je niet kent? Ze staan allemaal uitgelegd in de 18xx-woordenlijst. Woordenlijst →